Biotechnologie | Zaden | Patenten | Zoetwatervoorraden | Monsanto

Wie controleert de volgende oogst?

Over zaadveredeling, patenten, zoet water en het recht om opnieuw voedsel voort te brengen

Ruim twintig jaar geleden reed ik regelmatig over de Leeuwenhoekweg tussen Rotterdam-Hillegersberg en Bergschenhoek.

Daar stond een groot zaadveredelingsbedrijf met een naam die toen al vragen opriep: Monsanto.

De vestiging bestond uit kassen, laboratoria, zaadverwerking en onderzoek naar nieuwe plantenrassen. Wanneer ik erlangs reed, vroeg ik mij af:

Wat gebeurt daar achter die deuren?

Monsanto was geen Nederlands bedrijf, maar een Amerikaanse multinational die wereldwijd actief was in landbouwchemicaliën, biotechnologie en zaden. Het concern nam verschillende zaadbedrijven over en verwierf daarmee niet alleen commerciële producten, maar ook veredelingskennis en genetisch materiaal.

In 2018 werd Monsanto zelf overgenomen door Bayer. De naam verdween, maar de fundamentele vraag bleef bestaan:

Wie controleert de mogelijkheid om opnieuw voedsel voort te brengen?

Zaadveredeling is niet hetzelfde als genetische manipulatie

Mensen veredelen planten al eeuwen.

Door planten met gewenste eigenschappen te selecteren en te kruisen, ontstonden rassen met een hogere opbrengst, een betere smaak, een langere houdbaarheid of meer weerstand tegen ziekten.

Deze klassieke zaadveredeling is iets anders dan genetische modificatie, waarbij met biotechnologische technieken gericht genetisch materiaal wordt veranderd of ingebracht.

Ook niet ieder commercieel zaadje is genetisch gemodificeerd of gepatenteerd. Veel traditionele, biologische en open bestoven rassen kunnen worden geoogst, bewaard en opnieuw gezaaid.

Maar moderne zaadveredeling is steeds sterker verbonden geraakt met intellectuele eigendomsrechten.

Binnen de Europese Unie kunnen nieuwe plantenrassen worden beschermd door kwekersrechten. Daarnaast kunnen bepaalde biotechnologische uitvindingen en genetische eigenschappen onder octrooien vallen. Contractuele voorwaarden kunnen het gebruik van commercieel zaad verder beperken.

Daardoor betekent de aankoop van zaad niet automatisch dat de koper ook een onbeperkt recht verkrijgt om het daaruit voortkomende zaad te bewaren, te vermeerderen of opnieuw te gebruiken.

Bij sommige beschermde landbouwgewassen bestaat een beperkte mogelijkheid om zelf geoogst zaad opnieuw te zaaien, maar daaraan kunnen voorwaarden en vergoedingen zijn verbonden. Bij andere rassen, patenten of licenties kan hergebruik verder worden beperkt.

Het juridische onderscheid is ingewikkeld. De machtsvraag is eenvoudig:

Koopt iemand werkelijk het zaad, of slechts toestemming voor één teeltcyclus?

Van product naar reproductie

Wie een tomaat koopt, koopt voedsel.

Wie een zaadje koopt, koopt de mogelijkheid om voedsel voort te brengen.

En wie zeggenschap verkrijgt over de reproductie van dat zaad, verkrijgt invloed op toekomstige oogsten.

Daarom gaat de discussie over zaadpatenten niet uitsluitend over bescherming van onderzoek en innovatie. Veredeling kost tijd, kennis en geld; een zekere bescherming van nieuwe rassen kan investeringen mogelijk maken.

Maar bescherming kan ook marktmacht creëren.

Wanneer patenten, kwekersrechten, genetisch materiaal, landbouwchemicaliën en distributiekanalen bij een klein aantal multinationals samenkomen, ontstaat afhankelijkheid. Boeren en tuinders hebben dan minder keuze en kunnen voor iedere nieuwe teelt opnieuw aangewezen raken op dezelfde leveranciers.

Het gaat dan niet meer alleen om wie vandaag zaad verkoopt.

Het gaat om wie morgen de volgende oogst mogelijk maakt — of tegenhoudt.

Vruchtbare grond zonder water

In 2020 hing mijn moestuin in Piemonte vol tomaten. Ook in 2021 en 2022 waren de oogsten overvloedig.

De grond rondom Rana Cantante was — en is — vruchtbaar.

Toch kon ik die opbrengsten daarna niet meer evenaren.

De put naast de moestuin, die vroeger voor de irrigatie werd gebruikt, leverde steeds minder water. Uiteindelijk bleef onderin nauwelijks meer dan een laag drab over. Tijdens lange, hete zomers was er niet meer tegenaan te sproeien.

Daarmee werd zichtbaar dat voedselzekerheid nooit alleen over grond of zaden gaat.

Een moestuin heeft een volledige keten nodig:

  • geschikte zaden;
  • vruchtbare en gezonde bodem;
  • voldoende zoet water;
  • opslag- en irrigatiemogelijkheden;
  • kennis en fysieke arbeid;
  • juridische ruimte om deze middelen daadwerkelijk te gebruiken.

Wanneer één essentiële schakel wegvalt, verliezen de andere schakels een groot deel van hun waarde.

Grond zonder water is geen voedselzekerheid.

Zoet water is niet vanzelfsprekend

De wereld raakt niet letterlijk al haar water kwijt. Water verdwijnt niet van de planeet.

Maar bruikbaar zoet water kan lokaal wel onvoldoende beschikbaar, vervuild, te diep gelegen of op het verkeerde moment aanwezig zijn. Dat verschil is essentieel.

Volgens UNESCO is landbouw verantwoordelijk voor ongeveer 70 procent van de wereldwijde zoetwateronttrekking. Industrie gebruikt bijna 20 procent; huishoudelijk en gemeentelijk gebruik vormt het overige deel.

Tegelijkertijd neemt de mondiale waterstress toe. Klimaatverandering maakt neerslag grilliger en vergroot in veel gebieden de kans op langdurige droogte, extreme hitte en uitputting van grondwatervoorraden.

Waterbeperkingen zijn daarom geen denkbeeldig toekomstscenario. Tijdens ernstige droogteperiodes beperken overheden nu al het vullen van zwembaden, het wassen van auto’s en het sproeien van tuinen. Wanneer tekorten verergeren, zal scherper moeten worden afgewogen welk gebruik voorrang krijgt.

Drinkwater, landbouw, natuur, industrie, energie en technologie concurreren uiteindelijk om dezelfde regionale bronnen.

De groeiende watervraag van datacenters

Ook digitalisering heeft een fysieke infrastructuur.

Datacenters gebruiken elektriciteit en, afhankelijk van hun koelsysteem en locatie, aanzienlijke hoeveelheden water voor koeling. Daarnaast ontstaat indirect watergebruik bij de opwekking van hun elektriciteit.

De Europese Commissie noemt dagelijkse verbruiken die uiteenlopen van tienduizenden liters voor kleinere commerciële datacenters tot ongeveer 1,7 miljoen liter voor grote hyperscale locaties.

Niet ieder datacenter gebruikt evenveel water. Nieuwe koelsystemen kunnen het directe waterverbruik sterk verminderen. Ook locatie, klimaat, energiebron en hergebruik maken veel verschil.

Maar de schaal groeit snel. De Europese Unie wil haar datacentercapaciteit de komende jaren sterk uitbreiden. Wereldwijd neemt de vraag naar cloudopslag, streaming, digitale dienstverlening en kunstmatige intelligentie verder toe.

Datacenters zijn niet de grootste mondiale watergebruiker; landbouw blijft met afstand de grootste categorie. Maar in regio’s waar water al schaars is, kan ieder groot nieuw verbruik lokale gevolgen hebben.

Daarom moet de vraag niet alleen zijn hoeveel economische waarde een datacenter oplevert, maar ook:

  • uit welke bron het koelwater afkomstig is;
  • hoeveel water daadwerkelijk wordt verbruikt;
  • hoeveel water in bruikbare toestand terugkeert;
  • welke andere gebruikers van dezelfde bron afhankelijk zijn;
  • en wie tijdens schaarste voorrang krijgt.

Wateronttrekking is niet hetzelfde als waterconsumptie. Transparantie over beide is noodzakelijk.

Regenwater opvangen is geen hobbyproject

Mijn eerste gedachte was een bassin bouwen om regenwater op te slaan voor de moestuin.

Maar een permanente constructie kan onder bouw-, veiligheids- en plaatselijke vergunningsregels vallen. Regenwater mogen gebruiken betekent dus niet automatisch dat iedere opslagconstructie zonder toestemming mag worden aangelegd.

In Piemonte is regenwater dat in reservoirs of cisternen wordt verzameld voor landbouwgrond of één gebouw uitgezonderd van het regionale stelsel voor waterconcessies. Dat neemt niet weg dat voor het bouwwerk zelf andere regels kunnen gelden.

Een kleine regenton is nuttig, maar niet voldoende om een grote moestuin door weken van droogte te helpen. Wie werkelijk weerbaar wil worden, moet nadenken over schaal:

  • hoeveel dakoppervlak kan regen opvangen;
  • hoeveel neerslag valt er gemiddeld;
  • hoeveel opslag is technisch mogelijk;
  • hoeveel water heeft de tuin in een droge periode nodig;
  • kan druppelirrigatie het verbruik verminderen;
  • kan de bodem met compost en mulch langer vocht vasthouden;
  • en waar kan overtollig water veilig naartoe?

Een goed systeem heeft minimaal een schoon opvangoppervlak, deugdelijke goten, filtering van bladeren en vuil, een gesloten reservoir, een veilige overloop en bescherming tegen muggen en verontreiniging.

Opgevangen regenwater is zonder geschikte behandeling niet automatisch drinkwater. Houd het systeem daarom gescheiden van de drinkwaterinstallatie en controleer altijd de lokale voorschriften voordat een grote of permanente constructie wordt gebouwd.

Bewaar geschikte zaden

Naast water verdient ook zaadvoorraad aandacht.

Wie een moestuin heeft of wil opbouwen, kan beginnen met het verzamelen en bewaren van zaden van geschikte, rechtmatig verkregen en bij voorkeur open bestoven rassen.

Open bestoven rassen geven — wanneer ongewenste kruisbestuiving wordt voorkomen — doorgaans nakomelingen met herkenbare eigenschappen. Bij veel F1-hybriden is dat niet gegarandeerd: de volgende generatie kan sterk afwijken van de oorspronkelijke plant.

Praktisch betekent dit:

  • kies rassen die passen bij de lokale bodem en het klimaat;
  • controleer of het ras vrij kan worden vermeerderd;
  • oogst zaad van gezonde, sterke planten;
  • laat het zaad goed drogen;
  • bewaar het koel, donker en droog;
  • noteer ras, oogstjaar en herkomst;
  • test periodiek de kiemkracht;
  • en ruil waar toegestaan zaden en kennis uit met andere tuinders.

Het advies is niet om willekeurig commerciële of beschermde rassen te vermeerderen. Het advies is om bewust een legale, diverse en lokaal geschikte zaadvoorraad op te bouwen voordat afhankelijkheid of schaarste daartoe dwingt.

Wacht niet tot water wordt gerantsoeneerd

Niemand weet precies wanneer en waar zoetwaterbeperkingen strenger zullen worden.

Maar wachten op rantsoenering is geen strategie.

Een eigen zaadvoorraad en een goed ontworpen regenwateropvang maken een huishouden niet volledig onafhankelijk. Ze kunnen wel de weerbaarheid vergroten en de druk op drinkwater verminderen.

Daarom luidt het praktische advies van JAS Duurzaam Advies:

Begin klein, maar begin nu.

Bewaar zaden van geschikte, vrij vermeerderbare rassen.

Breng het waterverbruik van de tuin in kaart.

Onderzoek hoeveel regenwater het dak kan leveren.

Plaats waar mogelijk een veilige regenton of opslagtank.

Bereid een grotere constructie zorgvuldig voor en controleer vooraf de plaatselijke regels.

Investeer in druppelirrigatie, bodembedekking en gewassen die passen bij een warmer en droger klimaat.

Zelfvoorziening is geen romantische ontsnapping aan de samenleving. Het is vooruitdenken over de beschikbaarheid van basisbehoeften.

De moestuin bij Rana Cantante is nu slapend. Niet verdwenen.

De grond is er nog. De kennis kan worden opgebouwd. Zaden kunnen worden bewaard. Regen kan worden opgevangen.

Maar de tijd om daarover na te denken is vóórdat het water schaars wordt — niet daarna.


Bronnen en verdere informatie

Geen opmerkingen: