Het betekent, simpel gezegd, een systeem waarin mensen vooruitkomen op basis van hun kwaliteiten en prestaties — hun merites.
Is LinkedIn eigenlijk een meritocratie?
Op het eerste gezicht misschien wel. We krijgen allemaal hetzelfde profiel. Dezelfde knop om een bijdrage te plaatsen. Iedereen kan reageren op een CEO, een recruiter volgen of een goed idee publiceren.
Maar we drukken niet allemaal vanaf dezelfde positie op die knop. Dat begon me de laatste tijd steeds meer op te vallen. Kijk eens naar de mensen die op LinkedIn gemakkelijk duizenden of tienduizenden mensen bereiken.
Opvallend vaak mensen die óók buiten LinkedIn al een positie hebben: een senior functie, een bekend bedrijf achter hun naam, een groot netwerk, een eigen onderneming of een gevestigde reputatie. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar vervolgens begint er iets interessants te gebeuren.
Wie al veel connecties heeft, heeft meer mogelijkheden om opnieuw gezien te worden. Wie veel gezien wordt, krijgt gemakkelijker reacties en nieuwe volgers. En wie vervolgens nóg zichtbaarder wordt, krijgt weer meer mogelijkheden om nieuwe mensen te bereiken.
Dat verschijnsel is niet nieuw. Onderzoekers kennen verschillende mechanismen waarbij een bestaande voorsprong nieuwe voordelen kan opleveren.
Of heel simpel gezegd: zichtbaarheid kan nieuwe zichtbaarheid produceren.
En LinkedIn zelf staat daar niet buiten. Het platform bepaalt immers welke van de enorme hoeveelheid bijdragen wij in onze feed te zien krijgen. LinkedIn zegt zelf dat daarbij honderden signalen worden gebruikt uit onder meer ons profiel, ons netwerk en onze activiteit.
Tegelijkertijd is er een belangrijke nuance: LinkedIn kan tegenwoordig ook bijdragen aanbevelen van mensen die helemaal niet in je netwerk zitten.
Een klein netwerk betekent dus niet dat je per definitie onzichtbaar blijft.
Maar het zette mij wel aan het denken over iets anders.
Hoeveel status maken we eigenlijk zelf?
Neem functietitels.
CEO. Founder. Senior Consultant. Executive. Strategist. Thought Leader.
Sommige titels vertegenwoordigen een heel duidelijke functie en verantwoordelijkheid.
Andere zijn voor een flink deel zelfgekozen positionering.
Op LinkedIn staan die twee gewoon naast elkaar. En wij reageren erop.
Een indrukwekkende titel, een bekende werkgever, 20.000 volgers of honderden reacties: het zijn allemaal signalen waaruit we razendsnel afleiden dat iemand kennelijk interessant, deskundig of belangrijk is.
Maar misschien draaien we oorzaak en gevolg soms om. Is iemand zichtbaar omdat hij iets uitzonderlijks te vertellen heeft?
Of vinden wij iemand belangrijk omdat diegene al zichtbaar is?
Waarschijnlijk is het vaak allebei. En precies daarom vind ik de vraag naar meritocratie interessant.
Ik geloof niet dat LinkedIn simpelweg een systeem is waarin ‘de machtigen’ automatisch voorrang krijgen. Daar heb ik geen bewijs voor. Maar ik geloof inmiddels ook niet meer dat goede inhoud vanzelf komt bovendrijven.
Netwerkpositie doet ertoe. Herkenbaarheid doet ertoe. Bestaande relaties doen ertoe. En ja, kwaliteit doet er óók toe.
Dat besef heeft mijn eigen gedrag op LinkedIn veranderd.
Na jarenlang zelfstandig ondernemerschap ben ik mijn professionele netwerk opnieuw veel actiever aan het opbouwen. Ik schrijf en publiceer nog steeds. Maar ik doe inmiddels iets wat misschien nog belangrijker is.
Ik lees. Ik reageer. Ik kijk wie er achter een interessante gedachte zit. Ik stuur een connectieverzoek als ik raakvlakken zie. Ik voer gesprekken.
Want ik begin te begrijpen dat kennis hebben en een positie hebben van waaruit die kennis wordt gezien twee verschillende dingen zijn.
Misschien is LinkedIn daarom helemaal geen zuivere meritocratie.
Maar misschien hoeft dat ook niet de conclusie te zijn.
Voor mij is de interessantere les dat zichtbaarheid niet alleen ontstaat door harder te zenden.
Je moet ook verbindingen leggen.
En dan blijft er één vraag over die ik veel interessanter vind dan hoeveel volgers iemand heeft:
Hoeveel goede mensen zien wij zelf over het hoofd, alleen omdat nog niemand anders naar ze kijkt?