De indirecte watervoetafdruk van electriciteit

6. DE INDIRECTE WATERVOETAFDRUK VAN ELEKTRICITEIT

Het watergebruik van een datacenter stopt niet bij de eigen watermeter. Ook de elektriciteit die het gebruikt kan een watervoetafdruk hebben.
Hoe groot die indirecte voetafdruk is, hangt vooral af van de manier waarop de elektriciteit wordt opgewekt.

6.1 Elektriciteitsgebruik

Het Joint Research Centre schatte het elektriciteitsgebruik van EU-datacenters in 2022 op 45–65 TWh, ongeveer 1,8–2,6% van het totale elektriciteitsgebruik van de EU. Dit is nadrukkelijk een officiële raming en geen gemeten Europees totaal. Het JRC wijst zelf op het ontbreken van volledige officiële statistieken. �
publications.jrc.ec.europa.eu

Daarom gebruiken we deze 45–65 TWh uitsluitend als orde van grootte.

6.2 Thermische elektriciteitscentrales

Kolen-, kern- en een deel van de gascentrales produceren elektriciteit via een thermisch proces. Daarbij ontstaat restwarmte die moet worden afgevoerd.
Wanneer daarvoor rivier- of ander zoetwater wordt gebruikt, ontstaat naast het directe watergebruik van het datacenter een indirecte waterbelasting.
Ook hier moeten twee begrippen strikt worden gescheiden:
wateronttrekking – al het ingenomen water;
waterconsumptie – het gedeelte dat niet rechtstreeks terugkeert, bijvoorbeeld doordat het verdampt.
Een centrale met doorstroomkoeling kan zeer veel rivierwater onttrekken en het grootste gedeelte vervolgens weer teruggeven. Een koeltoren onttrekt doorgaans minder, maar laat een groter gedeelte verdampen.

6.3 Wind en zon

Voor windenergie en zonne-PV ligt dit fundamenteel anders.
Windturbines en zonnepanelen hebben tijdens de elektriciteitsproductie geen koelwater nodig zoals thermische centrales. 

Over hun volledige levenscyclus wordt uiteraard wel water gebruikt voor onder andere grondstoffen en productie. Maar dat is iets anders dan voortdurende zoetwateronttrekking tijdens exploitatie.
Voor onze onderzoeksvraag — de druk op beschikbare Europese zoetwatervoorraden — zijn wind en zonne-PV daarom veel gunstiger.

6.4 '100% renewable' vereist wel een kanttekening

Een datacenter dat jaarlijks evenveel hernieuwbare elektriciteit contracteert als het verbruikt, draait niet noodzakelijk ieder uur fysiek op wind- of zonnestroom.
Datacenters draaien 24 uur per dag; wind en zon zijn variabel. Op momenten met onvoldoende hernieuwbare productie wordt het elektriciteitssysteem aangevuld met andere productie, opslag of import.
Daarom kunnen we een corporate claim als 100% renewable energy niet automatisch vertalen naar:
geen indirect watergebruik.
Voor een exacte watervoetafdruk zouden we de feitelijke elektriciteitsmix per plaats en tijd moeten kennen.

6.5 Het verband met droogte

Hier ontstaat wel een relevante wisselwerking.
Tijdens hete en droge perioden:
daalt de rivierafvoer → stijgt de watertemperatuur → wordt koelwater schaarser → terwijl elektriciteits- en koelvraag hoog kunnen zijn.
Dat is geen theoretisch probleem. Thermische centrales zijn afhankelijk van voldoende koelcapaciteit van hun waterbron; droge koeling kan het watergebruik sterk verminderen, maar vraagt doorgaans meer energie en is duurder. 

6.6 Conclusie

De indirecte watervoetafdruk van Europese datacenters kunnen we met de beschikbare openbare gegevens niet betrouwbaar in één aantal miljarden liters uitdrukken.
Daarom doen we dat niet.
Wat wél vaststaat:
De elektriciteitsvraag van datacenters kan extra watergebruik veroorzaken wanneer die elektriciteit afkomstig is van watergekoelde thermische centrales. Wind en zonne-PV hebben tijdens elektriciteitsproductie daarentegen vrijwel geen koelwater nodig.

Daarmee wordt de totale zoetwaterimpact van een datacenter bepaald door twee hoofdvragen:

Hoe wordt het datacenter gekoeld?
En hoe wordt de elektriciteit die het werkelijk gebruikt geproduceerd?

Er is helaas geen sluitend bewijs dat Europese datacenters de huidige lage rivierstanden veroorzaken. Wel staat vast dat zij een snel groeiende structurele vraag naar elektriciteit, warmteafvoer en – afhankelijk van koeltechniek – zoetwater toevoegen aan een Europees watersysteem dat steeds vaker onder druk staat. De omvang van die bijdrage kan momenteel niet volledig worden vastgesteld, juist omdat locatie-specifieke watergegevens onvoldoende openbaar en vergelijkbaar zijn.
Tegelijk bestaan technieken waarmee het directe zoetwatergebruik sterk kan worden beperkt. Daarmee wordt watergebruik bij nieuwe datacenters niet alleen een technisch gegeven, maar ook een beleids- en locatiekeuze.

Ik hoop hiermee enig inzicht te hebben gegeven.


De prijs van digitale groei - Nederlandse Watervoetafdruk

5 – NEDERLAND: MIDDENMEER, AMSTERDAM EN DE PRIJS VAN DIGITALE GROEI

Nederland is voor dit onderzoek bijzonder interessant. Het land heeft enerzijds relatief veel oppervlaktewater, maar anderzijds een kwetsbare drinkwatervoorziening en regionaal steeds grotere zoetwaterproblemen. Tegelijk behoort Nederland tot de belangrijkste Europese datacenterlanden.

Juist hier kunnen we voor het eerst de discussie over watergebruik koppelen aan werkelijk gemeten kubieke meters en elektriciteitsgebruik.

5.1 Eerst het landelijke cijfer

CBS registreert watergebruik niet afzonderlijk voor datacenters, maar onder de bedrijfstak Informatie en communicatie. Voor die gehele sector werd in 2020 en 2021 ongeveer 1,0 miljoen m³ leidingwater per jaar geregistreerd. Dat cijfer omvat dus méér dan uitsluitend datacenters.
Centraal Bureau voor de Statistiek

Een Nederlandse sectoranalyse komt daarnaast op ongeveer 1 miljoen m³ leidingwater specifiek voor koeling van datacenters. Dat is ongeveer 0,088% van het totale Nederlandse leidingwatergebruik. �
Drinkwaterplatform

Landelijk bezien is dat geen enorm aandeel.
Dat is een belangrijke constatering: Nederlandse datacenters gebruiken niet een substantieel percentage van al het Nederlandse drinkwater.
Maar precies zoals bij Frankfurt kan dat landelijke percentage misleidend zijn.
Waterproblemen ontstaan niet noodzakelijk nationaal. Ze ontstaan waar een bepaalde leiding, drinkwaterbron of regio tijdens een piekmoment onvoldoende capaciteit heeft.

5.2 Middenmeer: het eerste concrete geval

In Middenmeer, gemeente Hollands Kroon, staat een van de grote Microsoft-hyperscalecomplexen.
Over dit datacenter ontstond in 2022 commotie omdat eerdere publieke verwachtingen sterk afweken van het daadwerkelijk gemeten watergebruik.
Voor het koelproces was eerder gesproken over ongeveer:
12–20 miljoen liter drinkwater per jaar.
Maar uit later openbaar geworden gegevens bleek dat Microsoft in 2021 ongeveer 84 miljoen liter drinkwater gebruikte.

Dat is:
84.000 m³ per jaar. 
aquatechtrade.com +1

Dus ten opzichte van 20 miljoen liter:
4,2 keer zoveel.
Ten opzichte van 12 miljoen liter:
7 keer zoveel.
Dat verschil is voor dit rapport belangrijker dan het absolute getal.
Het laat zien hoe moeilijk het was — en soms nog steeds is — om vóór de bouw een betrouwbaar publiek beeld van de daadwerkelijke waterbehoefte van een hyperscale datacenter te krijgen.

5.3 Hoeveel is 84 miljoen liter eigenlijk?

84 miljoen liter klinkt enorm.
Maar we moeten het opnieuw hydrologisch in perspectief zetten.
84.000 m³ per jaar is gemiddeld:
230 m³ per dag
of ongeveer:
2,7 liter per seconde.
Op nationale schaal is dat gering.
Voor één individuele drinkwateraansluiting is het echter groot.
En vooral: een jaargemiddelde zegt weinig over piekgebruik tijdens hete dagen.
Dat is precies het probleem dat recent onderzoek naar datacenterwatervoorziening benadrukt: voor waterbedrijven is niet alleen het jaarvolume relevant, maar vooral de benodigde piekcapaciteit van de leidinginfrastructuur tijdens de warmste perioden. 

5.4 Het opmerkelijke verschil
tussen werkelijk gebruik en benodigde capaciteit

Rond de ontwikkeling van datacenters in Hollands Kroon werd eerder gesproken over een potentiële waterbehoefte van maximaal ongeveer:
525 m³ per uur.
E-depot WUR
Wanneer een dergelijke hoeveelheid continu zou worden gebruikt, zou dat theoretisch overeenkomen met:
525 × 24 × 365 = 4,599 miljoen m³ per jaar.
Maar dat is nadrukkelijk geen gemeten jaarverbruik.
Het is een capaciteits- of ontwerpcijfer.
Het verschil met Microsoft's gemeten 84.000 m³ in 2021 is gigantisch:
4,6 miljoen m³ theoretische continue capaciteit versus 0,084 miljoen m³ werkelijk jaargebruik.
Dat laat precies zien waarom cijfers over datacenters zo makkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden.
Een maximale wateraansluiting zegt niet hoeveel water daadwerkelijk jaarlijks wordt geconsumeerd.
Maar omgekeerd geldt hetzelfde:
een relatief laag jaarverbruik zegt niet hoeveel capaciteit een waterbedrijf beschikbaar moet kunnen houden voor een uitzonderlijk hete dag.

5.5 PWN: slechts 0,6% — maar dat is niet het hele verhaal

Drinkwaterbedrijf PWN meldde in 2021 dat ongeveer 0,6% van zijn totale levering als koelwater werd geleverd, onder andere aan datacenters. PWN benadrukte daarbij dat drinkwater voor huishoudelijk gebruik wettelijk voorrang heeft en dat de drinkwatervoorziening volgens het bedrijf niet door de datacenters in gevaar kwam. 

Ik stel hier vraagtekens bij. 

5.6 En dan komt 2026

Nu krijgen we een cijfer dat de schaal van de Microsoft-installatie veel duidelijker maakt.
Door de Europese rapportageplicht moeten grote datacenters sinds 2024 gegevens over energiegebruik en duurzaamheid rapporteren. RVO publiceert sinds juli 2026 de niet-bedrijfsvertrouwelijke Nederlandse gegevens. RVO meldt bovendien dat de eerste EU-brede rapportageronde slechts ongeveer 36% van de relevante Europese datacenters omvatte: 770 locaties. De overheid erkent dus zelf dat volledigheid en datakwaliteit nog verbetering nodig hebben. 

Uit de Nederlandse publicatie kwam voor Microsoft's bestaande Middenmeer-complex een elektriciteitsgebruik van ongeveer:
1,17 TWh in 2025.
Ter vergelijking: het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik bedroeg ongeveer 116 TWh.
Dat betekent dat één Microsoft-complex in Middenmeer alleen al ongeveer:
1% van alle Nederlandse elektriciteit gebruikte. 

Dit is een veel belangrijker schaalcijfer dan het aantal gebouwen.

5.7 Wat zegt dat over het water?

Nu kunnen we Microsoft's watergebruik uit 2021 voorzichtig vergelijken met zijn latere elektriciteitsgebruik — maar niet gebruiken om een exacte WUE voor 2025 te berekenen, omdat het om verschillende jaren en mogelijk verschillende operationele schaal gaat.
Toch geeft het gevoel voor verhouding.
84 miljoen liter water tegenover een faciliteit die inmiddels elektriciteit gebruikt op de schaal van meer dan één miljard kWh per jaar betekent dat Microsoft in Middenmeer kennelijk niet permanent werkt met een klassieke hoog-WUE verdampingsarchitectuur.

Microsoft stelt dat het bredere beleid is om het directe koelwatergebruik verder te reduceren. Het bedrijf zegt dat zijn operationele datacenters hun waterintensiteit sinds de referentiewaarde van 2022 wereldwijd met ongeveer 18% hebben verminderd, en werkt aan nieuwe datacenters waarbij verdamping tijdens normale werking grotendeels verdwijnt. 

Het elektriciteitsprobleem van hyperscale datacenters in Nederland is op dit moment aantoonbaar veel groter dan hun aandeel in het nationale drinkwatergebruik.

5.8 Maar Amsterdam brengt een nieuwe orde van grootte

In Amsterdam-Westpoort wordt een hyperscale datacenter ontwikkeld door Pure Data Centres. De campus is gepland op ongeveer 78 MW IT-capaciteit. 

Volgens in 2026 openbaar geworden projectinformatie kan het koelwatersysteem maximaal ongeveer:
420 miljoen liter industriewater per jaar
gebruiken.
Dat is:
420.000 m³ per jaar.

Belangrijk: dit betreft industriewater, niet automatisch drinkwater.

Dat onderscheid mag nergens verdwijnen.
420.000 m³ industriewater is milieutechnisch iets wezenlijk anders dan 420.000 m³ hoogwaardige drinkwatervoorziening.
Maar qua volume is het ongeveer:
5 maal het werkelijk gerapporteerde Microsoft-watergebruik in Middenmeer in 2021.

5.9 Wat betekent 420.000 m³ per jaar?

Als het volledige maximum werkelijk zou worden gebruikt:
420.000 m³ / 365 = circa 1.151 m³ per dag.
Gemiddeld:
48 m³ per uur.
Of:
13,3 liter per seconde.

Voor een nationale waterbalans is dat klein.
Voor een afzonderlijke industriële waterinfrastructuur is dat een serieuze continue vraag.

En opnieuw geldt: het relevante hydrologische probleem ontstaat wanneer de vraag niet gelijkmatig over het jaar verdeeld is maar juist toeneemt tijdens warm en droog weer.

5.10 De Nederlandse paradox

Nederland laat tot nu toe iets interessants zien.
Aan de ene kant:
circa 1 miljoen m³ drinkwater per jaar voor datacenterkoeling is landelijk een zeer klein aandeel. �
Drinkwaterplatform
Aan de andere kant:
één hyperscalecomplex gebruikt inmiddels 1,17 TWh elektriciteit per jaar, ongeveer één procent van de Nederlandse elektriciteitsvraag. 

Dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn met de uitdrukking:
"datacenters zijn enorme waterverbruikers."

Een veel nauwkeuriger formulering is:
Datacenters zijn enorme warmteproducenten. Hoe groot hun directe watervoetafdruk wordt, is vervolgens een ontwerpkeuze.
Die keuze hangt af van koeltechnologie, klimaat, energie-efficiëntie, beschikbaarheid van water en lokale infrastructuur.

5.11 Maar Nederland onthult een ander probleem: transparantie

Het Middenmeer-verhaal toont iets wat voor ons rapport steeds belangrijker wordt.
Aanvankelijk werd publiekelijk gesproken over 12–20 miljoen liter per jaar.
Werkelijk gebruik in 2021:
84 miljoen liter. 

De Europese Unie heeft inmiddels precies vanwege de gebrekkige vergelijkbaarheid een verplichte rapportage ingevoerd voor grotere datacenters. Vanaf 2024 moeten exploitanten jaarlijks gegevens verstrekken over onder andere energie en water. 

Maar zelfs na invoering van die regeling is de Europese database nog onvolledig: slechts ongeveer 36% van de relevante installaties zat in de eerste analyse en RVO vermeldt expliciet dat datakwaliteit en volledigheid beter moeten

Europa heeft een snel groeiende infrastructuur met een potentieel aanzienlijke lokale waterbehoefte toegelaten voordat een volledig, openbaar en vergelijkbaar registratiesysteem voor het feitelijke watergebruik bestond.

5.12 Nog belangrijker: Nederland bevestigt het piekprobleem

Stel dat een waterbedrijf jaarlijks 84.000 m³ aan een datacenter levert.
Gemiddeld is dat slechts 230 m³ per dag.
Maar wanneer een groot deel van de koelvraag tijdens bijvoorbeeld 30 zeer warme dagen optreedt, ziet de infrastructuur een totaal andere belasting.

Juist daarom is de recente wetenschappelijke discussie verschoven van alleen Water Usage Effectiveness naar water capacity: hoeveel water moet een lokale voorziening op het slechtst mogelijke moment kunnen leveren? 

Dat sluit rechtstreeks aan bij de vraag waarmee ik dit onderzoek ben begonnen:
droogte + hitte + datacenters.

Niet omdat datacenters droogte veroorzaken.
Maar omdat de fysieke omstandigheden die water schaars maken — hitte en langdurige droogte — tegelijkertijd omstandigheden kunnen zijn waarin bepaalde koelinstallaties méér water nodig hebben.
Dat is een cumulatief risico.

5.13 Tussenstand na Nederland

We kunnen nu een belangrijkere conclusie trekken dan na Frankfurt.
Direct koelwater alleen lijkt op nationaal niveau voorlopig te klein om de huidige Europese lage rivierstanden te verklaren. Voor Nederland spreken we over circa 1 miljoen m³ drinkwater voor datacenterkoeling tegenover nationale waterstromen die vele orden groter zijn. 

Daarmee valt onze eerste mogelijke verklaring voor "waar blijft al dat water?" voor een belangrijk deel af.

Maar drie andere zaken worden juist belangrijker:

lokale piekbelasting, omdat watergebruik geografisch sterk geconcentreerd is;

de indirecte watervoetafdruk via elektriciteitsproductie, omdat het elektriciteitsgebruik enorm is;

en de explosieve toekomstige groei door AI, waardoor zowel elektriciteitsvraag als warmteproductie toenemen.

En dát brengt ons bij wat ik inmiddels als het meest cruciale volgende hoofdstuk zie.

Next 6. DE VERBORGEN WATERVOETAFDRUK VAN ELEKTRICITEIT
Microsoft Middenmeer gebruikte in 2025 ongeveer 1,17 miljard kWh elektriciteit. 

Tot nu toe hebben we alleen gevraagd hoeveel water er door de poort van Microsoft zelf naar binnen gaat.

In H 6 gaan we voor het eerst berekenen hoeveel water potentieel elders in het energiesysteem nodig is om die 1,17 TWh te produceren.
Daar kunnen de verhoudingen namelijk compleet veranderen.

Een van Europa's grootste datacenterclusters: Frankfurt

Er begint een voorlopige conclusie te ontstaan.
Tot nu toe zien we dit: grote datacenters kunnen aanzienlijke hoeveelheden water gebruiken, maar het verschil tussen locaties is enorm. Sommige moderne campussen rond Frankfurt gebruiken gesloten circuits en luchtgekoelde chillers en lijken daardoor relatief weinig water te consumeren. Andere systemen, vooral met verdampingskoeling, kunnen veel meer gebruiken. Daarom kunnen we nog niet zeggen: Frankfurt trekt de Rijn leeg. Wat we wél kunnen zeggen is dat een zeer snel groeiende, energie- en soms waterintensieve sector zich midden in een stroomgebied bevindt dat tegelijkertijd steeds vaker met lage zomerafvoeren en waterstress te maken heeft. Dat rechtvaardigt nader onderzoek.

4 – FRANKFURT EN HET RIJNSTROOMGEBIED
Frankfurt is voor dit onderzoek een logische eerste casus. Niet alleen omdat het een van Europa's grootste datacenterclusters is, maar vooral omdat Frankfurt hydrologisch onderdeel is van het Rijnstroomgebied.
De stad ligt aan de Main. De Main stroomt ongeveer dertig kilometer beneden Frankfurt bij Mainz in de Rijn. De Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn behandelt het Mainbekken als een van de grote afzonderlijke deelstroomgebieden van de Rijn. 

Dat betekent dat watergebruik in Frankfurt niet losstaat van het Rijnsysteem.

4.1 Frankfurt is geen klein datacentercluster

Frankfurt behoort al jaren tot de belangrijkste datacentermarkten ter wereld. De schaal wordt duidelijk wanneer we alleen al naar enkele grote exploitanten kijken.
Digital Realty vermeldt momenteel 24 datacenters in Frankfurt. �
digitalrealty.com
CyrusOne meldde al in 2021 dat zijn drie operationele datacenters in de wijk Sossenheim samen bijna 100 MW capaciteit hadden. Daar kwam een nieuwe faciliteit van 21 MW bij. 

Later kondigde CyrusOne Frankfurt V aan: twee gebouwen van elk 31,5 MW, samen dus 63 MW critical power. 

Daar bovenop staat FRA6 gepland met nog eens 72 MW IT-capaciteit.

Alleen de genoemde CyrusOne-projecten komen daarmee al in de orde van grootte van:
**bijna 100 MW bestaand
21 MW uitbreiding
63 MW FRA5
72 MW FRA6
= circa 256 MW**
Dat is niet noodzakelijk allemaal gelijktijdig operationeel en het mag daarom niet als actuele belasting worden gepresenteerd. Maar het laat wel de orde van grootte van één exploitant in één stedelijke regio zien. 

Vantage heeft daarnaast zijn FRA1-campus in Offenbach, direct naast Frankfurt. Die campus bestaat uit drie datacenters en is ontworpen voor samen 56 MW critical IT load. 

We zitten dus al boven 300 MW aan bekende capaciteit en aangekondigde ontwikkeling bij slechts twee exploitanten.
En daar zijn Equinix, NTT en Digital Realty nog niet kwantitatief bij opgeteld.
Dat geeft aan waarom Frankfurt zo belangrijk is.

4.2 Wat betekent 300 MW energetisch?

Wanneer 300 MW werkelijk continu als gemiddelde IT-belasting zou draaien:
300 MW × 8.760 uur = 2,628 TWh per jaar.
Dat is geen gemeten verbruik van deze campussen maar een schaalberekening.
Bij de eerder gevonden Europese gemiddelde WUE voor datacenters >10 MW van circa 0,704 L/kWh zou 2,628 TWh theoretisch corresponderen met:
2,628 miljard kWh × 0,704 L/kWh
= circa 1,85 miljard liter water per jaar
oftewel:
1,85 miljoen m³ per jaar.
Maar dit is precies het punt waarop het Frankfurt-onderzoek interessant wordt:
die berekening blijkt waarschijnlijk te hoog wanneer we naar sommige daadwerkelijk toegepaste Frankfurtse koelsystemen kijken.
4.3 Vantage Frankfurt: 56 MW, maar weinig direct water
Vantage geeft voor zijn FRA1-campus bijzonder bruikbare technische informatie.
De eerste faciliteit gebruikt air-to-air cooling. De overige gebouwen maken gebruik van een closed-loop chilled-water system met air-cooled chillers. Buitenlucht wordt gebruikt via economisers wanneer de temperatuur dat mogelijk maakt. 

Vantage omschrijft het watergebruik zelf als minimal water. 

Dat is technisch logisch.
Het water in het gesloten circuit transporteert warmte binnen het systeem, maar wordt niet voortdurend in een koeltoren verdampt. De uiteindelijke warmte wordt via luchtgekoelde chillers aan de buitenlucht afgegeven.
Dat betekent:
water in het systeem ≠ waterconsumptie.
Een gesloten leidingstelsel kan duizenden liters water bevatten zonder dat jaarlijks duizenden liters verloren gaan.
Voor FRA1 beschikken we op dit moment niet over een openbaar cijfer in m³ per jaar.
En dat gaan we ook zo opschrijven.
Vantage FRA1 – 56 MW
Koelsysteem: gesloten watercircuit + air-cooled chillers
Openbaar absoluut watergebruik: niet gevonden
Verwachte directe consumptie: relatief laag
Bewijskracht: technisch ontwerp openbaar; m³ niet openbaar
Dat is precies de manier waarop ik straks alle installaties wil classificeren.

4.4 CyrusOne: dezelfde ontwikkeling

Bij CyrusOne zien we iets vergelijkbaars.
De uitbreiding van Frankfurt IV werd ontworpen met closed-loop chilled-water cooling en CyrusOne zegt expliciet dat dit bedoeld is om een lage WUE te bereiken. 

Frankfurt V krijgt eveneens een closed-loop water cooling system, volgens CyrusOne juist om het watergebruik en de impact op de lokale ecologie gedurende de levensduur van het datacenter te beperken. 

Voor het geplande FRA6 wordt hetzelfde principe genoemd: een gesloten waterkoelsysteem dat waterconsumptie en afval moet minimaliseren. 

Een onbekend deel van de nieuwste Frankfurtse hyperscale-infrastructuur wordt ontworpen om verdampingswatergebruik sterk te beperken. De resultaten laten zich vooralsnog raden. We zoeken de realiteit.

4.5 Maar het waterprobleem is niet verdwenen

Er zijn drie redenen waarom we Frankfurt nog niet kunnen afschrijven als weinig relevant.
Ten eerste bekijken we hier vooral nieuwe installaties.
Frankfurt heeft tientallen oudere datacenters. Digital Realty alleen noemt 24 Frankfurtse locaties. Voor verschillende openbare locatiepagina's wordt wel koeling genoemd, maar niet welk systeem precies wordt gebruikt of hoeveel water dat jaarlijks vergt. 

Daar kunnen oudere watergekoelde chillers of andere systemen tussen zitten.
Ten tweede zegt closed loop nog niet automatisch nul watergebruik.
Er kan water nodig zijn voor:
aanvullen van verliezen, luchtbevochtiging, sanitair, reiniging, noodsystemen en eventueel hybride koelonderdelen.
Maar het verschil met een klassieke open verdampingskoeltoren kan zeer groot zijn.
Ten derde blijft de indirecte watervraag van elektriciteitsproductie bestaan.
Een waterarm datacenter dat honderden megawatt elektriciteit vraagt kan elders in het energiesysteem alsnog watergebruik veroorzaken.
Dat spoor komt later terug.

4.6 Frankfurt heeft zelf al een gevoelige waterbalans

Frankfurt haalt niet simpelweg onbeperkt drinkwater uit één lokale bron.
De stad gebruikt onder meer een systeem waarbij behandeld water uit de Main wordt ingezet om grondwater in de Frankfurter Stadtwald kunstmatig aan te vullen.
De stad Frankfurt beschrijft dat expliciet: gezuiverd Mainwater wordt geïnfiltreerd zodat de grondwaterstand wordt gestabiliseerd en drinkwaterwinning ook gedurende droge perioden mogelijk blijft. 

Dat is voor ons onderzoek relevant.
Het betekent dat:
Mainwater → grondwateraanvulling → drinkwaterwinning
onderdeel vormt van het stedelijke watersysteem.
Frankfurt stelt zelf dat deze kunstmatige grondwateraanvulling belangrijk is om met veranderende neerslagpatronen en langere droge perioden om te gaan.

We hebben hier dus niet te maken met een stad met een onbeperkte autonome drinkwaterbron.
De waterhuishouding wordt actief beheerd om droogtebestendig te blijven.

4.7 Frankfurt erkent de druk op waterbeheer

De stad werkt inmiddels ook aan digitaal grondwater- en watermanagement, onder meer door grondwaterstanden te monitoren en de invloed van neerslag en vegetatie op de lokale waterbalans te onderzoeken. De gemeente noemt klimaatverandering en veranderende waterbeschikbaarheid expliciet als aanleiding. 

Dat bewijst niet dat datacenters het probleem NIET veroorzaken.

Het bewijst wel dat de achtergrond waartegen de datacentersector groeit hydrologisch niet neutraal is.

4.8 De schaal moet zorgvuldig worden geïnterpreteerd

Stel dat een Frankfurtse datacentercluster werkelijk 1 miljoen m³ water per jaar consumeert.
Dat komt gemiddeld neer op:
1.000.000 / 365 = 2.740 m³ per dag
en:
31,7 liter per seconde.
Of:
0,032 m³/s.
Vergeleken met een Rijn-afvoer van honderden of duizenden m³/s lijkt dat klein.
Daarom zou het wetenschappelijk onjuist zijn om te zeggen dat één Frankfurt-cluster zichtbaar de Rijnwaterstand bij Lobith verlaagt.
Maar het gaat hydrologisch niet alleen om het gemiddelde debiet van de Rijn.

De echte vragen zijn:

Waar wordt het water onttrokken?

Op welk moment?

Uit welk grondwater- of drinkwatersysteem?

Hoeveel andere gebruikers zijn daarvan afhankelijk?

En piekt die vraag juist tijdens langdurige droogte?

Dat is het verschil tussen rivierhydrologie en lokale waterstress.
Een relatief kleine hoeveelheid ten opzichte van de gehele Rijn kan lokaal wél betekenisvol zijn.

4.9 Een interessante juridische aanwijzing

Bij een vergunningprocedure voor een Equinix-installatie in Frankfurt werd door het Regierungspräsidium Darmstadt expliciet aandacht besteed aan de cumulatieve situatie rond datacenters.
In de stukken wordt opgemerkt dat vanwege de grote hoeveelheid datacenters in Frankfurt en Offenbach rekening moet worden gehouden met cumulatieve effecten van installaties op omgeving en bevolking. 

Die passage betreft niet uitsluitend water; het vergunningstuk gaat breder over milieueffecten.
Maar voor ons rapport is hij relevant omdat de bevoegde overheid zelf erkent dat de concentratie van datacenters zodanig groot is geworden dat installaties niet altijd geïsoleerd kunnen worden beschouwd. 

En precies dat is onze onderzoekslijn:  cumulatie.

Niet één datacenter.
Niet één waterleiding.
Niet één droge zomer.
Maar:
een snel groeiend infrastructuurcluster dat permanent energie en mogelijk water vraagt binnen een watersysteem dat tegelijkertijd door klimaatverandering onder toenemende druk staat.

4.10  Conclusie

Mijn hypothese:
De grote Frankfurtse datacenters verdampen massaal Rijnwater en veroorzaken daardoor de lage Rijnstand” 
Deze stelling verdient meer maatschappelijke transparentie van publieke zijde over het verdwijnen van de zoetwater capaciteit.

Grote moderne campussen van Vantage en CyrusOne zijn ontworpen met gesloten circuits en luchtgekoelde systemen om direct waterverlies te minimaliseren. 

De groei van datacenters creëert een nieuwe structurele water- en energievraag binnen Europese regio's die zelf steeds vaker met waterstress kampen, terwijl de absolute waterconsumptie per locatie onvoldoende openbaar is om de cumulatieve impact betrouwbaar te beoordelen.

Next 5.  Amsterdam en vooral Middenmeer/Hollands Kroon. Daar bestaan namelijk enkele bekende conflicten en veel concretere openbare cijfers over drinkwaterlevering aan hyperscale datacenters.


Vraagje :  onze Koning weet zoveel van watermanagement of heeft hij zijn diploma gekregen?  Waarom horen wij hèm hier nooit over?

Koeling datacenters, relatie electriciteitsverbruik & verlies zoet water

HOOFDSTUK 3 – HOE KOEL JE EEN DATACENTER, EN WAAR VERDWIJNT HET WATER?

Vrijwel alle elektriciteit die IT-apparatuur in een datacenter gebruikt, eindigt uiteindelijk als warmte. Die warmte moet 24 uur per dag worden afgevoerd. De manier waarop dat gebeurt bepaalt in hoge mate hoeveel water een datacenter gebruikt, hoeveel daarvan werkelijk wordt geconsumeerd en hoeveel uiteindelijk terugkeert in het watersysteem.
De Europese Commissie noemt het watergebruik voor koeling inmiddels expliciet als een van de belangrijkste milieueffecten van datacenters. 

3.1 Water Usage Effectiveness: de centrale maatstaf

De standaardmaat voor direct watergebruik is Water Usage Effectiveness (WUE):
WUE = jaarlijks watergebruik op locatie / jaarlijks elektriciteitsgebruik van de IT-apparatuur.
De eenheid is liter per kWh. Een WUE van 1,0 betekent dus dat voor iedere kWh die de IT-apparatuur gebruikt gemiddeld één liter water op de locatie wordt gebruikt. Het Amerikaanse Department of Energy gebruikt dezelfde definitie. 

Een belangrijk nieuw Europees cijfer komt uit de in 2025 gepubliceerde analyse van de eerste EU-rapportagegegevens. Van 458 Europese datacenters waarvoor bruikbare water- en energiegegevens beschikbaar waren, blijken de gerapporteerde WUE's sterk te verschillen tussen landen en installaties. �
Publications Office of the EU
Dat is voor ons onderzoek veel belangrijker dan één algemeen branchegemiddelde.

3.2 De eerste echte Europese WUE-cijfers

De Europese studie laat voor verschillende lidstaten gewogen gemiddelde waarden zien die ruwweg lopen van 0,07 tot 1,28 L/kWh. 
Publications Office of the EU

Nog interessanter is het verschil naar grootte van het datacenter:
Vermogensklasse
Gemiddelde gerapporteerde WUE
<500 kW
0,193 L/kWh
500 kW–1 MW
0,561 L/kWh
1–2 MW
0,413 L/kWh
2–10 MW
0,499 L/kWh
>10 MW
0,704 L/kWh
Deze cijfers zijn afkomstig uit de eerste Europese rapportagepopulatie en moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd: alleen installaties met bruikbare watergegevens konden worden meegenomen. De Europese onderzoekers waarschuwen daarom zelf dat deze groep niet noodzakelijk representatief is voor alle EU-datacenters. 
Publications Office of the EU

Maar één getal springt eruit:
de grootste categorie, >10 MW, rapporteerde gemiddeld circa 0,704 liter per kWh.
Dat is aanzienlijk hoger dan de eerder genoemde branchewaarde van circa 0,3 L/kWh.
En juist die >10 MW-categorie komt het dichtst bij de grote colocatie- en hyperscale-installaties waar ons onderzoek om draait.

3.3 Wat betekent 0,704 L/kWh in absolute hoeveelheden?

Nu kunnen we voor het eerst een Europese meetwaarde gebruiken voor een schaalberekening.
Wanneer een groot datacenter gemiddeld 100 MW IT-belasting zou hebben en een WUE van 0,704 L/kWh:
100 MW × 8.760 uur = 876 GWh IT-elektriciteit per jaar.
Daarbij hoort:
876 miljoen kWh × 0,704 L = 616,7 miljoen liter per jaar.
Dus:
616.704 m³ water per jaar.
Dezelfde berekening geeft:
Gemiddelde IT-load
Water bij WUE 0,704
10 MW
61.670 m³/jaar
50 MW
308.350 m³/jaar
100 MW
616.700 m³/jaar
250 MW
1,54 miljoen m³/jaar
500 MW
3,08 miljoen m³/jaar
1.000 MW
6,17 miljoen m³/jaar
Dit zijn rekenkundige scenario's, geen gemeten volumes van specifieke datacenters.
Maar ze geven inmiddels wel een veel realistischer bandbreedte dan een willekeurig gekozen WUE.

3.4 Waarom verdampingskoeling zoveel water gebruikt

De fysica is eenvoudig.
Water kan zeer veel warmte opnemen wanneer het verdampt. Voor de verdamping van één kilogram water is bij normale omstandigheden ongeveer 2,3 MJ warmte nodig.
Dat maakt verdamping technisch zeer aantrekkelijk.
Maar datzelfde mechanisme betekent:
het water verdwijnt letterlijk uit het lokale watersysteem als waterdamp.
Bij een klassieke cooling tower circuleert koelwater door het systeem. Een klein gedeelte verdampt. Daardoor koelt de rest van het water af.
Daarnaast ontstaan twee andere waterstromen:
drift – kleine waterdruppeltjes die met de lucht uit de koeltoren verdwijnen;
blowdown – water dat bewust uit het systeem wordt verwijderd omdat mineralen en zouten zich door voortdurende verdamping concentreren.
Het Department of Energy bevestigt dat bij datacenters met cooling towers het waterverbruik rechtstreeks samenhangt met de hoeveelheid warmte die moet worden afgevoerd. 
The Department of Energy's Energy.gov

Dus:
meer IT-belasting → meer warmte → meer warmteafvoer → potentieel meer verdamping.

3.5 De verschillende koelsystemen

Voor ons onderzoek moeten we ten minste zes technieken onderscheiden.
Koeltechniek
Direct watergebruik
Belangrijkste eigenschap
Directe luchtkoeling
zeer laag
buitenlucht voert warmte af
Dry cooler
vrijwel nul
gesloten vloeistofcircuit + lucht
Adiabatische koeling
laag tot middel
water alleen om lucht extra af te koelen
Evaporative cooling
middel tot hoog
water wordt bewust verdampt
Water-cooled chiller + cooling tower
hoog
mechanische koeling + verdampingskoeltoren
Direct-to-chip liquid cooling
afhankelijk van warmteafvoer
vloeistof koelt chips rechtstreeks
Dat laatste punt is belangrijk.
Liquid cooling is niet hetzelfde als water consumeren.
Een AI-server kan bijvoorbeeld met water of een andere koelvloeistof in een volledig gesloten circuit worden gekoeld. Zolang de uiteindelijke warmte via een dry cooler aan de buitenlucht wordt afgegeven, hoeft vrijwel geen water te verdampen.
ASHRAE beschrijft inmiddels expliciet dergelijke gesloten systemen: koelmiddel circuleert tussen de servers en outdoor dry coolers zonder verdampingsverlies. Het watergebruik voor koeling kan daardoor volgens ASHRAE vrijwel tot nul worden teruggebracht.
 �
ashrae.org

3.6 De paradox: water besparen kan meer elektriciteit kosten

Waarom gebruiken datacenters dan überhaupt verdampingskoeling?
Omdat water thermodynamisch zeer efficiënt is.
Een dry cooler moet warmte uitsluitend via lucht afvoeren. Op een hete zomerdag wordt dat moeilijker naarmate de buitentemperatuur dichter bij de temperatuur van de koelvloeistof komt.
Een verdampingssysteem kan de temperatuur verder verlagen dankzij de verdampingswarmte van water.
Daar ontstaat een fundamentele keuze:
laag energiegebruik + hoger watergebruik
tegenover
laag watergebruik + mogelijk hoger elektriciteitsgebruik.
De Amerikaanse Berkeley Lab-analyse laat precies dat zien. Datacenters met watergekoelde chillers zonder economisers behoren tot de systemen met de hoogste WUE, vooral door het watergebruik van cooling towers. �
eta-publications.lbl.gov

Daartegenover kunnen airside economisers en dry coolers het directe watergebruik sterk terugbrengen. 
eta-publications.lbl.gov 

3.7 Wat gebeurt er tijdens een hittegolf?

Dit wordt voor ons Europese droogteonderzoek een van de belangrijkste mechanismen.
Bij hogere buitentemperaturen:
neemt de warmteafgifte via droge lucht af;
moeten ventilatoren harder draaien;
moeten chillers vaker worden ingeschakeld;
kan adiabatische of verdampingskoeling noodzakelijk worden;
stijgt daardoor juist tijdens warme periodes de waterbehoefte.
Daar komt nog een tweede effect bij.
Tijdens hittegolven ligt de regionale watervraag vaak al hoog door drinkwatergebruik, landbouw en energieproductie.
De waterbehoefte van sommige datacenters kan dus juist pieken op het moment dat het watersysteem het zwaarst belast wordt.
De Europese analyse erkent dit expliciet: klimaat heeft invloed op WUE en warmere klimaten hebben doorgaans een hogere koelwaterbehoefte. 
Publications Office of the EU

Dat maakt een jaargemiddelde WUE hydrologisch onvoldoende.
Een datacenter dat gemiddeld 500.000 m³ per jaar gebruikt, kan bijvoorbeeld een groot deel daarvan tijdens enkele warme zomermaanden gebruiken.
Dat piekprofiel willen we later per locatie zien te achterhalen.

3.8 Een cruciaal onderscheid: onttrekking versus consumptie

Hier moeten we heel precies worden.
Stel:
een datacenter neemt 1 miljoen m³ water uit een drinkwaternet.
Dat betekent nog niet automatisch dat 1 miljoen m³ uit het hydrologische systeem verdwijnt.
Een gedeelte kan worden geloosd als afvalwater.
Bij verdampingskoeling is echter een deel daadwerkelijk geconsumeerd: het verlaat de locatie als waterdamp.
Voor een rivier of grondwaterlichaam is dat verschil belangrijk.
Daarom zullen we in alle locatieonderzoeken vier cijfers proberen te achterhalen:
water input
water withdrawal
water discharge
water consumption.
Als alleen "water use" wordt gepubliceerd, schrijven we niet automatisch "water consumption".

3.9 Drinkwater versus ander water

Ook de bron is essentieel.
De EU-rapportage maakt daarom onderscheid tussen potable en non-potable water. 
Publications Office of the EU

Een datacenter kan koelen met bijvoorbeeld:
drinkwater;
grondwater;
rivierwater;
gerecycled afvalwater;
industriewater;
regenwater;
zeewater.
Een miljoen m³ gerecycled rioolwater heeft een totaal andere maatschappelijke betekenis dan een miljoen m³ geproduceerd drinkwater tijdens droogte.
Dit is precies waarom alleen WUE onvoldoende is.
De Europese Commissie concludeert zelf dat WUE niets zegt over de waterbron of lokale waterschaarste en dat die factoren noodzakelijk zijn om de echte impact te beoordelen. 
Publications Office of the EU

3.10 Een nog groter probleem: indirect watergebruik

Tot nu toe hebben we alleen het datacenter zelf besproken.
Maar elektriciteit heeft eveneens een watervoetafdruk.
Thermische elektriciteitscentrales — kerncentrales, kolen- en gascentrales en sommige biomassa-installaties — gebruiken water voor de afvoer van restwarmte.
Daar moeten opnieuw wateronttrekking en waterconsumptie worden onderscheiden.
Een centrale kan enorme hoeveelheden rivierwater innemen maar het grootste gedeelte verwarmd teruglozen.
Bij cooling towers wordt juist een kleiner volume onttrokken maar een groter gedeelte daadwerkelijk verdampt.
Berkeley Lab rekent daarom bij de totale datacenterwatervoetafdruk niet alleen met on-site WUE, maar ook met de waterintensiteit van het regionale elektriciteitsnet. �
eta-publications.lbl.gov
Voor ons Europese onderzoek ontstaat dus:
Directe watervoetafdruk
datacenter → koelsysteem → water.
plus
Indirecte watervoetafdruk
datacenter → elektriciteitsvraag → elektriciteitscentrales → koelwater.
Dat tweede spoor gaan we absoluut apart berekenen.

3.11 De eerste opmerkelijke Europese aanwijzing

We hebben nu een getal dat ik belangrijk genoeg vind om voorlopig te markeren:
Europese datacenters boven 10 MW die bruikbare gegevens rapporteerden, kwamen gemiddeld uit op circa 0,704 L water per kWh IT-elektriciteit.
Publications Office of the EU

Stel dat uiteindelijk 50 TWh Europese IT-elektriciteit tegen dat gemiddelde zou worden gekoeld.
Dan zou de orde van grootte zijn:
50 miljard kWh × 0,704 liter = 35,2 miljard liter.
Dat is:
35,2 miljoen m³ water per jaar.
Bij 100 TWh:
70,4 miljoen m³.
Nogmaals: dit is niet de eindschatting van het Europese datacenterwatergebruik.
Daarvoor weten we nog te weinig over de verdeling van technologieën, IT- versus totaalenergie, werkelijk gemeten WUE en waterbronnen.
Maar we hebben nu een Europese empirische benchmark waarmee we later individuele locaties kunnen toetsen.

3.12 AI hoeft het waterprobleem niet noodzakelijk erger te maken

Dit verdient een afzonderlijke opmerking omdat hierover veel wordt geroepen.
AI verhoogt de warmtebelasting enorm.
Maar moderne AI-apparatuur maakt juist warm-water direct-to-chip cooling technisch aantrekkelijk.
ASHRAE beschrijft bijvoorbeeld een architectuur waarbij vloeistof met temperaturen rond 45°C naar dry coolers kan worden gestuurd. Omdat de koelvloeistof relatief warm mag blijven, kan de warmte onder veel klimaatomstandigheden zonder mechanische koeling of verdamping worden afgevoerd. 

Voor zo'n gesloten dry-cooled architectuur noemt ASHRAE het koelwaterverlies virtually zero. 

Dat betekent dat toekomstige AI-datacenters technisch gezien kunnen kiezen voor een ontwerp met zeer weinig zoetwater.
De vraag wordt daarmee niet alleen:
hoeveel water heeft AI nodig?
maar ook:
waarom wordt op een bepaalde locatie voor een bepaald koelsysteem gekozen?
Dat wordt straks juridisch en beleidsmatig interessant.

3.13 Tussenconclusie

Na dit hoofdstuk kunnen we iets veel preciezer zeggen dan aan het begin van ons onderzoek.
Datacenters hoeven niet noodzakelijk grote waterverbruikers te zijn.
Maar bepaalde koelarchitecturen zijn dat wel.
Vooral verdampingskoeling en watergekoelde chillers met cooling towers kunnen een aanzienlijke directe watervraag veroorzaken. Berkeley Lab identificeert water-cooled chillers zonder economisers als de systemen met de hoogste WUE. 

De Europese cijfers bevestigen bovendien dat grote installaties die watergebruik rapporteerden gemiddeld substantieel water gebruiken: voor de categorie boven 10 MW ongeveer 0,704 L/kWh. �
Publications Office of the EU
Tegelijk bestaan er technisch haalbare gesloten dry-cooled systemen waarbij het directe koelwatergebruik nagenoeg verdwijnt. 

Daarmee verschuift de onderzoeksvraag.
Niet:
"Gebruiken datacenters water?"
Dat staat inmiddels vast.
Maar:
Welke grote Europese datacenters gebruiken welk koelsysteem, hoeveel water nemen zij daadwerkelijk in, uit welke bron komt dat water en waar bevinden zij zich ten opzichte van gebieden met waterstress?

NEXT H4: Frankfurt en het Rijnstroomgebied.

Daar wil ik niet meer met algemene Europese gemiddelden werken. We gaan dan campus voor campus zoeken naar Equinix, Digital Realty, NTT, CyrusOne, Vantage en andere grote operators: vermogen, locatie, koeling, waterbron, vergunningen en — waar mogelijk — werkelijke m³ per jaar.

Met dank aan chatgpt.

Hoe groot is de Europese datacenterindustrie?

2.HOE GROOT IS DE EUROPESE DATACENTERINDUSTRIE?

Wie de watervoetafdruk van datacenters wil beoordelen, moet eerst weten hoe groot de sector feitelijk is en hoeveel elektriciteit hij gebruikt. Dat is belangrijk omdat vrijwel alle waterberekeningen uiteindelijk samenhangen met twee grootheden: het elektrische vermogen van een datacenter en het aantal uren dat die infrastructuur werkelijk draait.
Daarbij stuiten we meteen op een eerste methodologisch probleem: Europa kent nog geen volledige openbare jaarreeks waarin voor ieder jaar het aantal datacenters, hun IT-capaciteit en hun werkelijke elektriciteitsverbruik gezamenlijk worden geregistreerd. Zelfs de Europese Commissie is pas sinds de Energy Efficiency Directive van 2023 bezig een geharmoniseerde Europese gegevensbasis op te bouwen voor datacenters boven 500 kW. 

Dat betekent dat we in dit rapport niet kunstmatig voor ieder jaar een exact getal gaan invullen. We gebruiken officiële meetpunten en ramingen, en markeren tussenliggende jaren als schatting wanneer dat nodig is.

2.1 Elektriciteitsverbruik: de harde Europese meetpunten

Een studie van het Joint Research Centre van de Europese Commissie schatte het elektriciteitsverbruik van EU-datacenters in 2022 op 45–65 TWh. Dat kwam overeen met ongeveer 1,8–2,6% van het totale elektriciteitsgebruik van de EU. �
publications.jrc.ec.europa.eu
De bandbreedte is breed. Dat is geen detail, maar illustreert hoe onvolledig de sector tot voor kort werd gemeten.
De Europese Commissie gebruikt inmiddels als actuele orde van grootte dat datacenters ongeveer 2,5% van het elektriciteitsverbruik van de EU vertegenwoordigen. In juni 2026 bevestigde de Commissie opnieuw dat aandeel en waarschuwde zij dat de vraag aanzienlijk zal toenemen. �
Energy +1
Een eerdere Europese analyse kwam voor 2018 op 76,8 TWh en projecteerde op basis van het toenmalige groeipad ongeveer 98,5 TWh in 2030. 

Die raming is inmiddels vooral historisch interessant. AI heeft de groeiverwachtingen sterk veranderd. De wereldwijde vraag van datacenters groeit volgens het IEA momenteel veel sneller dan men enkele jaren geleden aannam: in 2024 gebruikten datacenters wereldwijd ongeveer 415 TWh, circa 1,5% van de mondiale elektriciteitsconsumptie, na een gemiddelde groei van ongeveer 12% per jaar gedurende de voorafgaande vijf jaar. 

2.2 Wat kunnen we voor 2019–2026 daadwerkelijk opschrijven?
Voorlopig ziet onze controleerbare Europese tijdlijn er daarom zo uit:
Jaar
Datacenter-elektriciteit EU
Status
2018
76,8 TWh
Europese Commissie, historische raming
2019
nog vast te stellen
geen geharmoniseerde EU-jaarmeting
2020
nog vast te stellen
geen geharmoniseerde EU-jaarmeting
2021
nog vast te stellen
geen geharmoniseerde EU-jaarmeting
2022
45–65 TWh
JRC-schatting
2023
nog vast te stellen
overgang naar verplichte rapportage
2024
circa 2,5% EU-elektriciteitsvraag
orde van grootte Commissie
2025
nog vast te stellen
EU-rapportagebasis in opbouw
2026
circa 2,5% EU-elektriciteitsvraag als actuele orde van grootte
Europese Commissie 

Dat de raming voor 2018 hoger ligt dan de JRC-bandbreedte voor 2022 betekent niet dat het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik tussen beide jaren noodzakelijk is gedaald. De cijfers komen uit verschillende onderzoeken, met verschillende afbakeningen en methoden. Ze mogen daarom niet als één ononderbroken statistische reeks worden behandeld.

2.3 Hoeveel datacenters zijn er?

Ook hier ontbreekt verrassend genoeg een volledige officiële Europese inventaris.
Een recente Europese marktinventarisatie komt voor Europa — EU-27 plus Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zwitserland — uit op ongeveer 2.000 tot 3.000 datacenters. Duitsland zou daarvan ongeveer 450 locaties tellen, het Verenigd Koninkrijk circa 400, Frankrijk circa 250 en Nederland eveneens circa 250. Samen vertegenwoordigen die vier landen meer dan de helft van het Europese bestand.

Deze aantallen moeten echter voorzichtig worden gebruikt.
Een datacenter is geen gestandaardiseerde eenheid.
Een klein enterprise-datacenter van enkele honderden kilowatt en een hyperscale campus van honderden megawatt tellen statistisch allebei als één datacenter, terwijl hun elektriciteits- en waterbehoefte honderden of duizenden malen kunnen verschillen.
Voor ons onderzoek is daarom MW-capaciteit belangrijker dan het absolute aantal gebouwen.

2.4 De geografische concentratie

De Europese datacenterindustrie is sterk geconcentreerd.
Historisch wordt de markt gedomineerd door de zogenaamde FLAP-D-markten:
Frankfurt – London – Amsterdam – Paris – Dublin.
Voor ons wateronderzoek is dat bijzonder relevant omdat deze locaties hydrologisch totaal verschillend zijn.
Frankfurt bevindt zich binnen het Rijnstroomgebied.
Amsterdam en Middenmeer liggen in een Nederlands watersysteem dat sterk gereguleerd wordt en afhankelijk is van oppervlaktewater, grondwater, IJsselmeerwater en drinkwatervoorziening.
Dublin heeft een heel ander regen- en stroomgebied.
Paris is gekoppeld aan het Seinebekken.
London aan het Thamesbekken.
Daarmee wordt meteen duidelijk waarom een Europees gemiddelde voor watergebruik misleidend kan zijn. Eén liter water gebruikt in een waterrijke regio heeft niet dezelfde hydrologische betekenis als één liter tijdens ernstige droogte in een reeds overbelast stroomgebied.

2.5 Vermogen is de sleutel tot de waterberekening

Voor een continu opererend datacenter kunnen we het verband tussen vermogen en elektriciteitsgebruik eenvoudig zichtbaar maken.
Een gemiddeld opgenomen vermogen van:
Continu vermogen
Elektriciteit per jaar
1 MW
8,76 GWh
10 MW
87,6 GWh
50 MW
438 GWh
100 MW
876 GWh
250 MW
2,19 TWh
500 MW
4,38 TWh
1.000 MW
8,76 TWh
Dit zijn rekenkundige maxima bij continu gemiddeld gebruik van het genoemde vermogen gedurende 8.760 uur per jaar; het zijn geen gemeten verbruiken van afzonderlijke campussen.
Maar deze tabel wordt straks belangrijk.
Stel dat een koelsysteem een WUE heeft van 0,3 liter per kWh.
Dan vertaalt 100 MW continu gemiddeld vermogen zich theoretisch in ongeveer:
876 miljoen kWh × 0,3 liter = 262,8 miljoen liter water per jaar.
Of:
262.800 m³.
Bij 500 MW wordt dat:
1,314 miljard liter = 1,314 miljoen m³ per jaar.
En bij een WUE van bijvoorbeeld 1,0 L/kWh zou dezelfde 500 MW:
4,38 miljard liter per jaar gebruiken.
Daar begint zichtbaar te worden waarom we straks absoluut de werkelijke WUE per technologie en locatie nodig hebben.

2.6 AI verandert de schaal

Dit rapport gaat bovendien niet uitsluitend over traditionele cloudopslag.

AI verandert de infrastructuur.
Het IEA verwacht dat het wereldwijde elektriciteitsverbruik van datacenters richting 2030 ongeveer verdubbelt. De huidige prognose ligt rond 945–950 TWh per jaar in 2030, tegenover ongeveer 415 TWh in 2024 en circa 485 TWh in 2025. 

Dat heeft twee gevolgen voor ons wateronderzoek.
Ten eerste komt er simpelweg meer rekenvermogen.
Ten tweede neemt de vermogensdichtheid van AI-hardware sterk toe. Daardoor wordt warmteafvoer technisch belangrijker en groeit de belangstelling voor vloeistofkoeling.
Maar daarbij moeten we een cruciale fout vermijden:
liquid cooling betekent niet automatisch dat grote hoeveelheden zoetwater worden verbruikt.
Een gesloten vloeistofcircuit kan dezelfde vloeistof hergebruiken. Het uiteindelijke zoetwaterverbruik hangt vooral af van de manier waarop de warmte daarna aan de buitenlucht of een extern watersysteem wordt afgegeven.
Dat onderscheid onderzoeken we apart in het hoofdstuk over koeltechnologie.

2.7 Een eerste schaalvergelijking

Neem voorlopig alleen de JRC-bandbreedte van 45–65 TWh voor EU-datacenters in 2022. �
publications.jrc.ec.europa.eu
Als — puur als gevoeligheidsberekening — al die elektriciteitsconsumptie gekoppeld zou zijn aan gemiddeld:
WUE
45 TWh
65 TWh
0,1 L/kWh
4,5 miljard L
6,5 miljard L
0,3 L/kWh
13,5 miljard L
19,5 miljard L
0,5 L/kWh
22,5 miljard L
32,5 miljard L
1,0 L/kWh
45 miljard L
65 miljard L
2,0 L/kWh
90 miljard L
130 miljard L
Of bij een hypothetische WUE van 1 L/kWh:
45–65 miljard liter per jaar = 45–65 miljoen m³.
Dit is geen schatting van het werkelijke Europese watergebruik.
Het is uitsluitend een gevoeligheidstabel die laat zien hoe enorm het resultaat verandert wanneer de gemiddelde WUE verandert.
En precies daarom gaan we geen getal van internet overnemen en daarop onze conclusie baseren.

2.8 Wat we nu wél weten

Na hoofdstuk 2 kunnen we vier zaken stevig neerzetten.
De EU-datacentersector gebruikt elektriciteit op de schaal van tientallen terawattuur per jaar en vertegenwoordigt inmiddels ongeveer 2,5% van de totale Europese elektriciteitsvraag. 

De sector is geografisch geconcentreerd, terwijl de waterbeschikbaarheid sterk regionaal verschilt.
Het aantal datacenters is voor onze vraag een zwakke indicator; MW, TWh, koeltechnologie en locatie zijn veel relevanter.
En bovenal: de gegevenskwaliteit is nog onvoldoende om uit algemene Europese cijfers rechtstreeks een betrouwbare zoetwatervoetafdruk af te leiden.

Dat is geen reden om het onderzoek te stoppen.
Het bepaalt juist hoe we het onderzoek moeten uitvoeren.

Next H3 
HOE KOEL JE EEN DATACENTER — EN WAAR VERDWIJNT HET WATER?

Daarin wil ik exact uit elkaar trekken:
luchtkoeling → dry cooling → evaporative cooling → cooling towers → chilled water → direct-to-chip liquid cooling → immersion cooling.
En voor iedere techniek:
liter/kWh, wateronttrekking, werkelijk waterverlies door verdamping, terugvoer, invloed van buitentemperatuur en vooral: wat gebeurt er tijdens een hittegolf?
Dáárna kunnen we voor het eerst verantwoord beginnen rekenen aan de hoeveelheid zoetwater die Europese datacenters daadwerkelijk kunnen consumeren.

Met dank aan chatgpt.

Waterschaarste

1. EUROPA WORDT DROGER
Europa beschikt nog steeds over aanzienlijke zoetwatervoorraden, maar die voorraden zijn ongelijk verdeeld en staan steeds vaker onder druk. Volgens het European Environment Agency werd in 2023 28% van het grondgebied van de Europese Unie gedurende ten minste één seizoen getroffen door waterschaarste. Ondanks dat de totale wateronttrekking in de EU tussen 2000 en 2023 met ongeveer 14% daalde, is het oppervlak dat met waterschaarste te maken heeft niet structureel kleiner geworden.
 
De EEA gebruikt een bredere jaarlijkse maatstaf waaruit volgt dat waterstress ongeveer 20% van het Europese grondgebied en 30% van de bevolking treft. Klimaatverandering zal volgens het agentschap de frequentie, intensiteit en gevolgen van droogte verder vergroten. 

In mei 2025 bevond zelfs ongeveer 39% van het grondgebied van de EEA-landen zich onder droogtecondities. De EEA noemt wateronttrekking door landbouw, energieproductie, openbare watervoorziening en industrie als belangrijke menselijke drukfactoren bovenop de meteorologische droogte.

Voor de Rijn is vooral de verschuiving binnen het hydrologische jaar belangrijk. De Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn verwacht door klimaatverandering tijdens de zomer onder andere minder neerslag, eerdere sneeuw- en ijssmelt en lagere afvoeren, terwijl periodes met lage afvoer langer en frequenter kunnen worden. De commissie noemt voor toekomstige zomers afnamedes in rivierafvoer in de orde van tot circa 10%, afhankelijk van scenario en periode. 

Dat betekent dat twee verschijnselen tegelijkertijd kunnen optreden: lokaal zware regenval én structureel lage rivierafvoer. Rivieren reageren namelijk op de waterbalans van hun volledige stroomgebied, niet op de hoeveelheid regen die op één bepaalde dag boven Nederland valt.

1.1 Waarom datacenters hierin thuishoren

Datacenters voegen een relatief nieuwe en snel groeiende watervraag toe aan bestaande gebruikers.
De Europese Unie acht die vraag inmiddels belangrijk genoeg om datacenters verplicht te laten rapporteren. Sinds de herziene Energy Efficiency Directive moeten datacenters met een geïnstalleerde IT-vermogensvraag van meer dan 500 kW duurzaamheidsgegevens rapporteren.

De daarop gebaseerde Commission Delegated Regulation (EU) 2024/1364 schrijft expliciet voor dat exploitanten waterindicatoren moeten meten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onder meer:
totale waterinput en drinkwaterinput.
De regeling bepaalt bovendien dat alle drinkwaterbronnen die de grens van het datacenter binnenkomen en voor datacenterfuncties worden gebruikt moeten worden gemeten.

Dat is voor dit onderzoek belangrijk, omdat hiermee juridisch wordt bevestigd dat watergebruik geen theoretische nevenfactor van datacenters is. Het is inmiddels een officiële Europese prestatie-indicator.

1.2 De grootheden die we uit elkaar moeten houden

Voor het verdere rapport gaan we consequent vier verschillende cijfers gebruiken:
Grootheid
Betekenis
Water withdrawal
Water dat uit rivier, grondwater, leidingnet enz. wordt onttrokken
Water consumption
Het gedeelte dat niet direct naar dezelfde wateromgeving terugkeert, bijvoorbeeld door verdamping
Potable water
Drinkwaterkwaliteit die het datacenter binnenkomt
Water discharge
Water dat na gebruik opnieuw wordt afgevoerd
Dat onderscheid gaat later cruciaal worden.
Een datacenter dat bijvoorbeeld 1.000.000 m³ water per jaar onttrekt en daarvan 900.000 m³ terugvoert, heeft hydrologisch een andere impact dan een installatie die 1.000.000 m³ gebruikt waarvan 700.000 m³ verdampt.

1.3 De eerste belangrijke vaststelling

We kunnen nu al drie zaken met voldoende zekerheid vastleggen.
1. Europa heeft een structureel probleem met seizoensgebonden waterschaarste. Het gaat niet uitsluitend om incidentele droge zomers. 
2. De Rijn is gevoelig voor langere perioden van lage zomerafvoer, mede door veranderende neerslag, hogere temperaturen en veranderingen in sneeuw- en ijssmelt. 
3. Europese datacenters gebruiken voldoende water om Europese regelgeving noodzakelijk te maken waarin waterinput afzonderlijk moet worden geregistreerd.

Wat we nog niet hebben vastgesteld, is hoeveel datacenters daarvan precies voor hun rekening nemen en of die hoeveelheid regionaal hydrologisch significant is.
Dat wordt het cijfermatige hart van dit rapport.

Next
Hoe groot is de Europese datacenterindustrie?

Hierin zetten we voor 2019, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025 en 2026 naast elkaar:
aantal datacenters → MW capaciteit → TWh elektriciteit → hyperscale-aandeel → groei → belangrijkste clusters.
Daarna rekenen we die infrastructuur om naar mogelijke en gemeten m³ zoetwater per jaar.