Wie betaalt de rekening van Windenergie?

Windenergie: volg het geld

Wie wordt er werkelijk beter van de groene energietransitie — en wie betaalt uiteindelijk de rekening?

Onlangs zag ik een interview met een vrouw die zegt zeven jaar als beleidsadviseur voor een Australische Liberal Party-senator te hebben gewerkt, waarbij renewable energy tot haar dossier behoorde.

Zij onderzocht het systeem achter windenergie en komt tot een buitengewoon harde conclusie:

zij noemt het een scam.

Dat woord trok mijn aandacht.

Niet omdat ik iedere uitspraak uit een interview zonder meer voor waar aanneem. Integendeel. Ik wilde weten wat er gebeurt wanneer je haar verhaal naast officiële bronnen legt.

En wat ik aantrof, geeft wat mij betreft alle reden om veel kritischer te kijken naar het financiële systeem achter de groene energietransitie.

Een markt gecreëerd door wetgeving

Australië kent onder de Renewable Energy Target een wettelijk systeem van verhandelbare renewable-energy certificates.

Grote wind- en zonneparken kunnen voor geproduceerde hernieuwbare elektriciteit Large-scale Generation Certificates (LGC's) creëren. Elektriciteitsbedrijven en andere zogenoemde liable entities zijn vervolgens wettelijk verplicht een bepaald aantal van die certificaten te verwerven en in te leveren.

De Australische Clean Energy Regulator noemt die certificaten zelf een “financial incentive” voor renewable-energy generation.

Dat is een belangrijk gegeven.

De overheid stimuleert niet slechts een bestaande markt. Door regelgeving wordt mede een markt gecreëerd: producenten creëren de certificaten, terwijl wettelijke verplichtingen de vraag ernaar creëren.

De Regulator wijst bovendien op een voorspelbare inkomstenstroom uit zowel de verkoop van elektriciteit als LGC's, waardoor investeringen aantrekkelijker worden.

Dus begon ik mij een simpele vraag te stellen:

Follow the money.

Wie profiteert?

Windturbines kosten miljoenen. Windparken kosten honderden miljoenen of miljarden. Daarachter bevinden zich ontwikkelaars, energiebedrijven, grondeigenaren, banken, investeringsfondsen, certificatenhandelaren en andere commerciële partijen.

Dat is op zichzelf geen probleem. Ondernemingen mogen winst maken.

Maar zodra overheden via wetgeving, subsidies, certificaten, garanties of andere steunmechanismen de economische voorwaarden van die markt mede bepalen, wordt een andere vraag relevant:

hoeveel van die winstgevendheid bestaat dankzij publieke ondersteuning?

En vervolgens:

wie betaalt die ondersteuning?

De overheid beschikt immers niet over een mysterieuze eigen geldbron.

Publiek geld is uiteindelijk geld van burgers en ondernemingen.

De consument betaalt

Dat aspect vind ik misschien nog belangrijker.

Al decennialang worden consumenten aangemoedigd om voor groene energie te kiezen.

Groene stroom werd niet alleen als product verkocht, maar als morele keuze.

Kies voor wind.
Kies voor zon.
Kies voor het klimaat.
Kies voor een betere toekomst.

Miljoenen consumenten hebben dat gedaan in de overtuiging dat zij daarmee een milieuvriendelijker energiesysteem ondersteunen.

Maar ondertussen ontstond rondom diezelfde energietransitie een veel groter financieel systeem.

De consument betaalt zijn elektriciteitsrekening.

De belastingbetaler financiert publieke uitgaven en subsidies.

En via netwerktarieven worden de kosten van het elektriciteitsnet mede bij gebruikers neergelegd.

Dat zijn verschillende geldstromen — en juist daarom moeten we ze niet op één hoop gooien.

We moeten ze allemaal zichtbaar maken.

Want uiteindelijk komt het geld steeds ergens vandaan.

Europa en Nederland

Australië staat daarin niet alleen.

Ook Europa heeft met wetgeving en steunregelingen een enorme markt voor hernieuwbare energie gecreëerd.

En Nederland doet volop mee.

Via de SDE++ ondersteunt de Nederlandse overheid onder andere duurzame energieproductie.

Het mechanisme is veelzeggend: de regeling vergoedt, binnen haar voorwaarden, het verschil tussen de kostprijs van de technologie en de marktwaarde van de geproduceerde energie — de zogenaamde onrendabele top.

Bij hogere marktinkomsten daalt de bijdrage. Bij lagere opbrengsten kan de subsidie stijgen, tot de daarvoor geldende ondergrens.

Sta daar eens bij stil.

Wanneer een investering zonder ondersteuning onvoldoende rendabel is, helpt publiek beleid het verschil te overbruggen.

Vervolgens noemen we de geproduceerde energie goedkoop.

Maar wat bedoelen we dan precies met goedkoop?

Wat kost windenergie werkelijk?

De prijs van elektriciteit bij de turbine is niet hetzelfde als de totale prijs van het energiesysteem.

Een eerlijk kostenplaatje zou wat mij betreft veel breder moeten zijn.

Hoeveel subsidie en andere publieke ondersteuning is verstrekt?

Wat kosten de noodzakelijke netaansluitingen en netverzwaring?

Wat kosten congestie en balancering?

Wat kost opslag of andere flexibiliteit wanneer productie en vraag niet samenvallen?

Welke financiële risico's zijn bij private partijen gebleven en welke zijn direct of indirect collectief gemaakt?

En wat kost het uiteindelijk om duizenden windturbines en zonne-installaties na hun levensduur weer te verwijderen?

Pas wanneer die kosten zichtbaar zijn, kunnen we werkelijk vergelijken.

En dan moet die turbine ooit weer weg

Juist hier vond ik een van de opmerkelijkste bevestigingen van het Australische verhaal.

De Australian Energy Infrastructure Commissioner waarschuwt landeigenaren expliciet voor de financiële risico's van decommissioning.

De geschatte ontmantelingskosten van een moderne windturbine bedragen ongeveer A$400.000 per turbine en kunnen bij grotere turbines oplopen tot A$600.000 of meer.

Daartegenover kan een landeigenaar volgens dezelfde instantie gedurende 25 jaar ongeveer A$250.000 tot A$750.000 aan vergoedingen ontvangen voor het plaatsen van een turbine.

De conclusie van de Commissioner is opmerkelijk:

de kosten om een turbine uiteindelijk te verwijderen kunnen even hoog of hoger zijn dan alle inkomsten die de landeigenaar er gedurende 25 jaar mee heeft verdiend.

Normaal ligt die verantwoordelijkheid bij de projecteigenaar.

Maar 25 jaar is lang.

Projecten worden verkocht. Ondernemingen veranderen van eigenaar. Bedrijven kunnen verdwijnen of failliet gaan.

Daarom waarschuwt de Commissioner dat vooraf duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is, wie betaalt en hoe het benodigde geld daadwerkelijk wordt veiliggesteld.

Dat is voor mij geen voetnoot.

Het is onderdeel van de werkelijke economische rekening.

Van groene keuze naar systeem zonder echte keuze

Daar zit bovendien een vreemde ontwikkeling in.

Ooit werd groene energie verkocht als keuze.

De consument kon bewust voor groene stroom kiezen.

Maar wind- en zonne-energie zijn inmiddels geen alternatieve niche meer. Ze vormen steeds nadrukkelijker het door overheden gekozen energiesysteem.

We zien windturbines op land en op zee. Zonnepanelen op miljoenen daken. Complete zonneparken op landbouwgrond. En enorme investeringen in infrastructuur om dat energiesysteem mogelijk te maken.

De oorspronkelijke vraag:

“Wilt u groene energie?”

verandert daardoor langzaam in een heel andere:

“Wat gaat het energiesysteem waarvoor politiek is gekozen ons uiteindelijk kosten?”

Is het een scam?

Na het beluisteren van deze Australische klokkenluider en het controleren van belangrijke onderdelen van het systeem dat zij beschrijft, vind ik haar kwalificatie “scam” niet gemakkelijk meer weg te wuiven.

Daarmee zeg ik niet dat iedere windparkontwikkelaar fraudeert.

Ik zeg evenmin dat windturbines geen elektriciteit produceren.

Mijn kritiek richt zich op iets anders:

het economische systeem erachter.

Wanneer regelgeving een markt creëert of stimuleert, publieke middelen investeringen rendabeler maken, private partijen rendement behalen en substantiële systeemkosten uiteindelijk direct of indirect bij burgers en ondernemingen terechtkomen, wil ik weten hoe die volledige geldstroom eruitziet.

Niet alleen het gedeelte dat op de brochure staat.

En daarom kom ik steeds bij dezelfde vragen uit:

Wie ontvangt de subsidies?

Wie bezit de wind- en zonneparken?

Welke rendementen worden daar gemaakt?

Welke risico's worden door investeerders gedragen — en welke uiteindelijk door de samenleving?

Wie betaalt de noodzakelijke infrastructuur?

Wie betaalt de ontmanteling over twintig of dertig jaar?

En uiteindelijk:

Wie wordt hier werkelijk beter van?

Misschien moeten we na decennia praten over “groene energie” minder naar de kleur kijken en meer naar de geldstromen.

Want een technologie kan hernieuwbaar zijn.

Een businessmodel kan legaal zijn.

Een subsidie kan een politiek gewenst doel dienen.

Maar geen van die drie antwoorden vertelt ons automatisch of het gehele systeem economisch duurzaam, transparant en eerlijk verdeeld is.

Daarvoor moeten we de volledige rekening zien.

Follow the money.

Joan Désirée Mulder, LL.M.
JAS – Aware Solutions

Meer juridische analyses en onderzoek:
www.jasduurzaamadvies.nl

Meritocratie

Niet bepaald een woord dat ik dagelijks gebruik.

Het betekent, simpel gezegd, een systeem waarin mensen vooruitkomen op basis van hun kwaliteiten en prestaties — hun merites.

Is LinkedIn eigenlijk een meritocratie?

Op het eerste gezicht misschien wel. We krijgen allemaal hetzelfde profiel. Dezelfde knop om een bijdrage te plaatsen. Iedereen kan reageren op een CEO, een recruiter volgen of een goed idee publiceren.

Maar we drukken niet allemaal vanaf dezelfde positie op die knop. Dat begon me de laatste tijd steeds meer op te vallen. Kijk eens naar de mensen die op LinkedIn gemakkelijk duizenden of tienduizenden mensen bereiken.

Opvallend vaak mensen die óók buiten LinkedIn al een positie hebben: een senior functie, een bekend bedrijf achter hun naam, een groot netwerk, een eigen onderneming of een gevestigde reputatie. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar vervolgens begint er iets interessants te gebeuren.

Wie al veel connecties heeft, heeft meer mogelijkheden om opnieuw gezien te worden. Wie veel gezien wordt, krijgt gemakkelijker reacties en nieuwe volgers. En wie vervolgens nóg zichtbaarder wordt, krijgt weer meer mogelijkheden om nieuwe mensen te bereiken.

Dat verschijnsel is niet nieuw. Onderzoekers kennen verschillende mechanismen waarbij een bestaande voorsprong nieuwe voordelen kan opleveren.

Of heel simpel gezegd: zichtbaarheid kan nieuwe zichtbaarheid produceren.

En LinkedIn zelf staat daar niet buiten. Het platform bepaalt immers welke van de enorme hoeveelheid bijdragen wij in onze feed te zien krijgen. LinkedIn zegt zelf dat daarbij honderden signalen worden gebruikt uit onder meer ons profiel, ons netwerk en onze activiteit.

Tegelijkertijd is er een belangrijke nuance: LinkedIn kan tegenwoordig ook bijdragen aanbevelen van mensen die helemaal niet in je netwerk zitten.

Een klein netwerk betekent dus niet dat je per definitie onzichtbaar blijft.

Maar het zette mij wel aan het denken over iets anders.

Hoeveel status maken we eigenlijk zelf? 
Neem functietitels.
CEO. Founder. Senior Consultant. Executive. Strategist. Thought Leader.
Sommige titels vertegenwoordigen een heel duidelijke functie en verantwoordelijkheid.

Andere zijn voor een flink deel zelfgekozen positionering.

Op LinkedIn staan die twee gewoon naast elkaar. En wij reageren erop.
Een indrukwekkende titel, een bekende werkgever, 20.000 volgers of honderden reacties: het zijn allemaal signalen waaruit we razendsnel afleiden dat iemand kennelijk interessant, deskundig of belangrijk is.

Maar misschien draaien we oorzaak en gevolg soms om. Is iemand zichtbaar omdat hij iets uitzonderlijks te vertellen heeft?
Of vinden wij iemand belangrijk omdat diegene al zichtbaar is?
Waarschijnlijk is het vaak allebei. En precies daarom vind ik de vraag naar meritocratie interessant.

Ik geloof niet dat LinkedIn simpelweg een systeem is waarin ‘de machtigen’ automatisch voorrang krijgen. Daar heb ik geen bewijs voor. Maar ik geloof inmiddels ook niet meer dat goede inhoud vanzelf komt bovendrijven.

Netwerkpositie doet ertoe. Herkenbaarheid doet ertoe. Bestaande relaties doen ertoe. En ja, kwaliteit doet er óók toe.

Dat besef heeft mijn eigen gedrag op LinkedIn veranderd.

Na jarenlang zelfstandig ondernemerschap ben ik mijn professionele netwerk opnieuw veel actiever aan het opbouwen. Ik schrijf en publiceer nog steeds. Maar ik doe inmiddels iets wat misschien nog belangrijker is.

Ik lees. Ik reageer. Ik kijk wie er achter een interessante gedachte zit. Ik stuur een connectieverzoek als ik raakvlakken zie. Ik voer gesprekken.

Want ik begin te begrijpen dat kennis hebben en een positie hebben van waaruit die kennis wordt gezien twee verschillende dingen zijn.

Misschien is LinkedIn daarom helemaal geen zuivere meritocratie.

Maar misschien hoeft dat ook niet de conclusie te zijn.

Voor mij is de interessantere les dat zichtbaarheid niet alleen ontstaat door harder te zenden.

Je moet ook verbindingen leggen.

En dan blijft er één vraag over die ik veel interessanter vind dan hoeveel volgers iemand heeft:

Hoeveel goede mensen zien wij zelf over het hoofd, alleen omdat nog niemand anders naar ze kijkt?


Become Unf.ckablewith

We live inside systems.  Legal systems. Financial systems. Employment structures. Digital platforms. Contracts, institutions, regulations and databases. You may not be able to step outside all of them. But you don't have to become small, dependent, predictable and controllable either.

So how do you create more autonomy while still living inside the system?


1. CONTRACTS

Don't assume that because someone puts a contract in front of you, every word is non-negotiable.

Read it. Question it. Ask for time. Propose changes. Cross out provisions you don't accept and negotiate before you sign.

A signature should represent agreement - not resignation.


2. ASK QUESTIONS

When an employer, institution, company or gatekeeper tells you that you “have to” do something, 

ask:  Why?  On what basis? Is it legally required?  Is there an alternative? What happens if I say no?

Don't confuse an instruction with an obligation. And don't confuse routine with law.


3. STUDY THE STRUCTURES

Learn how the structures around you actually work.

Contracts. Ownership. Associations. Trusts. Privacy. Taxation. Finance. Alternative organisational models.

You don't need to become an expert in everything.

But knowledge changes the balance of power.

It is much harder to control someone through rules they understand.


4. LEARN A SKILL

Learn something that makes you less dependent.

Repair something. Grow something. Build something. Learn bookkeeping. Cook. Negotiate. Write. Use technology. Understand basic law.

Every useful skill gives you one more thing you can do without depending on somebody else.


5. BUILD OTHER FORMS OF WEALTH

Money matters. But money is not the only capital you possess.

Knowledge.

Relationships.

Family.

Community.

Experience.

Culture.

Practical resources.

Health.

Skills.

Real resilience comes from having more than one source of strength — particularly forms of wealth that cannot disappear with one employer, one bank account or one policy change.


6. ENTREPRENEURSHIP

Use what you know.

Start something. Freelance. Sell a service. Build a side income. Create intellectual property. Turn experience into economic value.

Employment and entrepreneurship don't have to be opposites.

But having another way to provide for yourself gives you something enormously valuable:

the ability to choose.


7. F*CK WITH THEIR DATA

Why do we automatically tell online forms everything they ask us?

Our age. Gender. Date of birth. Location. Interests. Household. Behaviour. Preferences.

Every truthful little box helps create an increasingly detailed profile of who we are.

So question the form.

Does it actually need to know?

Leave optional fields blank. Refuse unnecessary permissions. Use privacy tools. Use aliases or non-identifying information where appropriate.

And yes - sometimes deliberately muddying commercially collected profiling data can be a form of resistance.

Not where accurate information is legally required. Not for identity verification, contracts or anything where false information could constitute fraud.

But corporations do not have an automatic moral entitlement to an accurate portrait of your private life simply because they have put a box on a screen.

Your data has value. Stop giving all of it away for free.


BECOME HARDER TO CONTROL.

This isn't about pretending society has no rules.

It's about refusing to move through those rules unconsciously.

Read.

Question.

Negotiate.

Learn.

Build.

Protect.

Create alternatives.

Freedom is not always about leaving the system.

Sometimes it is understanding the system well enough that you stop surrendering choices you never actually had to surrender.

A.I.

Who Controls the Machine?

AI, power and the uncomfortable question of who remains in control

In Person of Interest, billionaire programmer Harold Finch builds an artificial intelligence capable of watching almost everyone.

The Machine sees through cameras, follows communications, processes enormous amounts of data and predicts acts of violence before they happen.

But Finch is not primarily afraid that his Machine will become evil.

He is afraid of power.

So he restricts it.

He limits what it can communicate. He prevents it from freely identifying people. He builds safeguards. At one point, when another artificial intelligence project becomes too dangerous, the response is wonderfully primitive: sabotage the computer and pull the plug.

It is fiction.

But more than a decade later, Finch's question has become remarkably real:

Who controls the Machine?

And perhaps more importantly:

What happens when pulling the plug is no longer enough?

The Wrong Question

Much of the popular debate about artificial intelligence revolves around one dramatic question:

Could AI turn against humanity?

It makes excellent science fiction.

It may also distract us from a much more immediate problem.

Artificial intelligence does not need to hate us to become dangerous.

It does not need consciousness.

It does not need anger, ambition or a desire to survive.

It merely needs capability, access and authority.

Give a sufficiently capable system access to communications, financial infrastructure, databases, surveillance systems, software environments or critical infrastructure, and the relevant question changes.

It is no longer:

What can the model say?

It becomes:

What can the system do?

That distinction matters enormously.

A chatbot can recommend an action.

An AI agent may be able to execute it.

And somewhere between those two lies one of the most important legal questions of the coming decade.

AI Does Not Need to Become Sauron

There is an older metaphor for this problem.

A ring.

In Tolkien's The Lord of the Rings, the danger of the One Ring is not merely that an evil creature possesses it.

The deeper danger is that extraordinary power changes the position of whoever controls it.

Even those who intend to use the Ring for good are warned against taking it.

Why?

Because the fundamental problem is not simply who holds power today.

It is what becomes possible once that power exists.

Artificial intelligence presents a surprisingly similar governance problem.

AI can concentrate extraordinary capabilities in governments, corporations and increasingly small groups of individuals.

The person controlling such a system does not need supernatural powers.

They may simply need a computer.

And access.

The Machine Behind the Machine

This is where the discussion about "AI taking over" can become misleading.

Perhaps the first question should not be whether machines will control humans.

Perhaps it should be:

Which humans will control the machines?

Who determines their objectives?

Who chooses the data?

Who decides what they may access?

Who determines when an AI system may act autonomously?

Who can inspect those decisions?

Who can challenge them?

And who has the authority to stop the system?

These are not science-fiction questions.

They are questions of law, governance and institutional power.

Europe has already begun constructing a legal response. The EU AI Act introduces obligations based on risk and imposes particular requirements on certain high-risk AI systems.

But regulation faces an uncomfortable structural problem.

Law regulates what exists.

Technology continuously creates what did not exist when the rules were written.

And increasingly, we are not merely building models that produce answers.

We are building systems capable of pursuing tasks.

From AI to Agents

That transition deserves considerably more attention.

Traditional generative AI largely waits.

You ask.

It responds.

Agentic AI changes the relationship.

An agent can potentially receive an objective, break it into steps, use external tools, obtain information, interact with other systems and continue working toward the objective with less human intervention.

None of that requires consciousness.

That is precisely why the fixation on whether AI can "wake up" may be the wrong debate.

A system does not have to be alive to exercise power.

An algorithm denying someone credit is not alive.

A surveillance system identifying someone in a crowd is not alive.

An automated trading system moving millions within seconds is not alive.

Yet each can produce very real consequences.

Power does not require consciousness.

That may be the sentence we should remember.

The Administrator Problem

Person of Interest gives its Machine an administrator: Harold Finch.

He tries to teach it boundaries.

He attempts to encode morality into architecture.

And he deliberately restricts the Machine because he understands something deeply important:

You do not design safeguards only for what a system can do today. You design them for what it may become capable of doing tomorrow.

That principle should sound familiar to lawyers.

We do it constantly.

Constitutions do not assume governments will always be benevolent.

Contract law does not assume parties will always behave honourably.

Corporate governance does not assume directors will never face conflicts of interest.

Data protection law does not assume organisations will always use personal information responsibly.

Law exists partly because good intentions are not a governance mechanism.

Why should artificial intelligence be different?

The Kill Switch Is Not Enough

There is something reassuring about the idea of a red button.

If AI behaves badly, switch it off.

Problem solved.

Except modern digital infrastructure does not live inside Harold Finch's laptop.

Cloud computing is distributed. Systems are replicated. Services cross borders. Infrastructure may involve numerous providers, jurisdictions and dependencies.

That does not mean AI has developed an instinct for self-preservation.

It means humans have deliberately built resilient infrastructure.

And that creates a fascinating paradox.

We spend enormous resources making digital systems difficult to interrupt.

Then we reassure ourselves that, if necessary, we can interrupt them.

So perhaps every discussion about powerful autonomous AI systems should include questions that sound almost embarrassingly simple:

Who has the off-switch?

Does the off-switch actually work?

And:

Can the person who needs it legally and technically reach it?

Who Watches the Watcher?

There is another danger.

AI may become so useful that humans voluntarily surrender oversight.

Not because a machine conquers us.

Because it is faster.

Cheaper.

More accurate.

More convenient.

First it recommends.

Then it decides.

Eventually, perhaps, humans merely approve.

And at some point the human-in-the-loop risks becoming something rather different:

the human-who-clicks-OK.

That is not meaningful human control.

It is administrative theatre.

If human oversight is to remain a genuine safeguard, the human must have enough information, competence, authority and time to disagree with the machine.

Otherwise "human oversight" becomes a comforting phrase attached to an automated decision.

The Real Alignment Problem

AI researchers often speak about alignment: ensuring that artificial intelligence acts consistently with human values and intentions.

But there may be another alignment problem.

With whose values?

Humanity does not have one administrator.

Governments disagree.

Cultures disagree.

Corporations have commercial interests.

Citizens have competing rights.

Security agencies prioritise security.

Businesses prioritise efficiency.

Individuals prioritise autonomy.

The hardest problem may therefore not be teaching AI what humans want.

It may be deciding which humans get to decide what AI should want on our behalf.

That is not merely a technical problem.

It is constitutional.

Who Controls the Machine?

Perhaps artificial intelligence will never become conscious.

Perhaps there will never be a dramatic moment when a computer announces that it has awakened.

Perhaps nobody will ever need to fight an all-knowing Machine.

But none of those things need to happen for AI to transform the distribution of power.

The more capable these systems become, the more important some very old legal principles become with them:

Accountability.

Transparency.

Due process.

Limits on authority.

The ability to challenge decisions.

The separation of powers.

And ultimately, the possibility of saying:

No.

The greatest danger may not be that artificial intelligence develops a desire to rule humanity.

It may be that humans acquire unprecedented technological power over other humans — and discover that the systems exercising that power have become too complex, too autonomous or too indispensable to meaningfully challenge.

Harold Finch understood the problem before most of us had ever spoken to an AI.

Building the Machine was only the beginning.

The real question was always:

Who controls it?

Linkedin Artikel

💧 Waar gaat ons zoetwater naartoe?

Dalende rivier- en grondwaterstanden roepen niet alleen ecologische, maar ook 6=²5juridische vragen op.

Wie mag water onttrekken? Wie bepaalt hoeveel wordt vastgehouden of afgevoerd? En hoe transparant zijn die beslissingen eigenlijk?

In mijn nieuwe artikel kijk ik naar zoetwater als een steeds strategischer wordende hulpbron — en naar de noodzaak van een publiek inzichtelijke waterbalans.

#WaterLaw #WaterGovernance #Freshwater #Transparency #EnvironmentalLaw

Aandacht voor Water, editie NL

💧 WIE BEPAALT WAAR ONS ZOETWATER NAARTOE GAAT?

Ik maak me zorgen over onze zoetwatervoorraden.

Niet alleen omdat ik berichten lees over droogte. Vooral omdat ik zie wat er met rivieren en grondwater gebeurt.

Ik woon een groot deel van het jaar in Noord-Italië. Waterlopen die ik jaren geleden nog als vanzelfsprekend beschouwde, staan soms uitzonderlijk laag of zelfs droog.

Maar het beeld is veel groter.

De Colorado River staat onder enorme druk. De Amazone heeft de afgelopen jaren uitzonderlijk lage waterstanden gekend. Ook dichter bij huis staan grote Europese rivieren regelmatig extreem laag.

De laagstand is niet pas in 2022 of 2023 begonnen. In Europa waren er al vóór 2016 duidelijke signalen van structurele waterstress, maar vooral vanaf 2018 werd de situatie in veel stroomgebieden dramatischer. De droogte van 2018, 2019 en 2022 leidde in grote delen van Europa tot uitzonderlijk lage rivierafvoeren en grondwaterstanden. De Rijn, de Donau, de Po en kleinere rivieren bereikten op verschillende momenten historische of bijna-historische dieptepunten. In Noord-Italië werd de droogte in 2022 bijzonder ernstig; in het stroomgebied van de Po lagen de afvoeren toen veel lager dan normaal.

Ook in Noord- en Zuid-Amerika gaat het niet om een verschijnsel van alleen de laatste jaren. De Colorado River kampt al sinds het begin van de eenentwintigste eeuw met een langdurige droogte, waarbij de periode vanaf ongeveer 2000 vaak wordt aangeduid als de droogste meerjarige periode in ten minste twaalf eeuwen. De situatie verslechterde scherp vanaf 2019 en bereikte in 2021 en 2022 een kritiek niveau voor de reservoirs Lake Powell en Lake Mead.

In Zuid-Amerika kende de Paraná-rivier vanaf 2019 en vooral in 2020 en 2021 uitzonderlijk lage waterstanden. De Amazone bereikte in 2023 op meerdere plaatsen historische dieptepunten, terwijl delen van het stroomgebied in 2024 opnieuw met ernstige droogte te maken kregen. Dat betekent niet dat elke rivier voortdurend daalt of dat één enkel jaar een definitieve trend bewijst. Wel is duidelijk dat de combinatie van klimaatverandering, langdurige droogte, grondwateronttrekking, irrigatie, verstedelijking en waterbeheer de kwetsbaarheid sterk heeft vergroot.

De gebruikelijke verklaring is droogte.

Maar als jurist interesseert mij inmiddels een andere vraag:

Wie bepaalt eigenlijk wat er met het zoetwater gebeurt dat wél beschikbaar is?

We pompen grondwater op.
We onttrekken water aan rivieren.
We slaan water op achter dammen.
We laten water uit reservoirs vrij.
We leiden water naar landbouw, industrie, energieproductie en drinkwatervoorziening.
En we voeren enorme hoeveelheden water uiteindelijk af naar zee.

Voor al die beslissingen kunnen goede redenen bestaan.

Maar naarmate zoetwater schaarser en strategisch belangrijker wordt, vind ik één ding steeds moeilijker te begrijpen:

waar is de publieke waterbalans?

Wie mag hoeveel water onttrekken?

Wie bepaalt welke gebruiker voorrang krijgt?

Hoeveel grondwater wordt aangevuld tegenover wat eruit wordt gehaald?

Hoeveel zoetwater wordt bewust vastgehouden — en hoeveel wordt afgevoerd?

En kunnen burgers en bedrijven die verdeling eigenlijk controleren?

Zoetwater is allang niet meer uitsluitend een milieuvraagstuk.

Het is een juridisch en economisch verdelingsvraagstuk.

Wie toegang heeft tot water, kan voedsel produceren, energie opwekken, industrie laten draaien en steden laten functioneren.

Daarom denk ik dat we een stap vóór waterrestricties moeten beginnen:

transparantie.

Maak per stroomgebied zichtbaar wat erin komt, wat wordt opgeslagen, wat wordt onttrokken, wat wordt verbruikt, wat terugvloeit en wat wordt afgevoerd.

Een Public Freshwater Balance.

Niet om vooraf iemand de schuld te geven.

Maar omdat goed waterbeheer controleerbaar moet zijn — juist wanneer een essentiële hulpbron schaarser wordt.

Voordat we mensen vragen met minder water genoegen te nemen, moeten we kunnen laten zien waar het beschikbare water naartoe gaat.

#WaterLaw #WaterGovernance #Freshwater #Transparency #Sustainability #EnvironmentalLaw

Follow The Water

 Fresh Water Is Currency. Who Controls It?

The hidden architecture of ownership, allocation and power over the world's most essential resource.

Look at the rivers.The Colorado. The Amazon. The Rhine. he Danube. The Po. The Tanaro. Different continents. Different governments. Different climates. Yet the same disturbing image is becoming increasingly familiar: major freshwater systems under extraordinary pressure.

The usual public conversation begins with drought. This investigation begins somewhere else. With control.

Freshwater does not simply fall from the sky and travel untouched towards the sea. Along the way, human institutions intervene. Water is stored behind dams. It is released from reservoirs. It is diverted between river basins. It is pumped from aquifers. It is abstracted for agriculture. It is allocated to cities, used by industry, power generation and digital infrastructure. And it is discharged. Retained.

And during scarcity, governments decide who must reduce consumption - and who may continue. 

These are not merely hydrological events. They are decisions about access to a resource without which nobody can live. And that makes freshwater something more than an environmental issue.


Water Is Currency 

Not currency in the conventional monetary sense. Something more fundamental. Water creates agricultural production. Water enables energy production. Water sustains industry. Water determines where cities can expand. Water affects land values. It enables semiconductor manufacturing and digital infrastructure.

Water determines whether communities can remain where they are. And, ultimately, water sustains human life.

Control over freshwater therefore creates economic and political power. Yet the architecture through which that control is exercised is remarkably difficult for ordinary citizens to see. 


A river may be public. A groundwater body may be legally protected. Water itself may be regarded as a common or public resource. But the right to use it can nevertheless be divided among governments, utilities, farmers, corporations, energy producers and other permit holders.

That produces a much more important question than simply asking who owns the river. 

Who controls access to its water?

Who decides when a reservoir releases water?

Who decides when freshwater may flow to the sea?

Who determines how much groundwater may be pumped?

Who monitors whether an aquifer is being replenished?

Who grants abstraction rights?

Who measures actual abstraction?

Who decides which uses are essential?

Who receives priority during scarcity? Who can challenge those decisions? And who benefits economically from them?


Those questions become even more important when similar freshwater stress becomes visible across continents. 

This does not prove the existence of a single organisation controlling the world's freshwater. But neither should the absence of such proof end the investigation.

It tells us what we need to investigate: the architecture of control.


Follow the Water 

If freshwater is becoming increasingly scarce and increasingly valuable, transparency cannot stop at measuring rainfall and river levels.

We need to follow the water itself. From rainfall to river. From river to reservoir. 

From reservoir to user. From aquifer to abstraction point. From abstraction to consumption. From drainage system to sea.

And alongside that physical journey we need to follow something equally important:  the legal rights.

Who was authorised to take the water? 
How much? 
For how long? At what price? Under what conditions?
Can that right be transferred? Can it be curtailed during scarcity?
And is the public able to see any of this?

Only then can we determine whether freshwater scarcity is predominantly the consequence of natural hydrological conditions, cumulative human demand, poor water management, deliberate allocation decisions — or some combination of them.


The JAS Principle 

The starting point should therefore be simple: 

Follow the water. Follow the rights. Follow the power. 

If freshwater is becoming one of the strategic resources of the twenty-first century, its governance cannot remain fragmented across inaccessible permits, agencies, utilities, river authorities and private users.

The public should be able to see who controls access to freshwater and on what legal basis.

That is why the Public Freshwater Balance should not merely account for litres.

It should account for control. For every major river basin and aquifer: 

Who owns or governs the resource?
Who holds abstraction and allocation rights?
How much may they take? How much do they actually take??  Transparancy.

Who controls storage and release? Where does the water ultimately go? 

Who has priority when there is not enough? And crucially: Who decides?

Because before we can understand global freshwater scarcity, we first need to understand the system of power surrounding it.  


Fresh water is currency.  The question is: Who controls the currency?