6. DE INDIRECTE WATERVOETAFDRUK VAN ELEKTRICITEIT
Het watergebruik van een datacenter stopt niet bij de eigen watermeter. Ook de elektriciteit die het gebruikt kan een watervoetafdruk hebben.
Hoe groot die indirecte voetafdruk is, hangt vooral af van de manier waarop de elektriciteit wordt opgewekt.
6.1 Elektriciteitsgebruik
Het Joint Research Centre schatte het elektriciteitsgebruik van EU-datacenters in 2022 op 45–65 TWh, ongeveer 1,8–2,6% van het totale elektriciteitsgebruik van de EU. Dit is nadrukkelijk een officiële raming en geen gemeten Europees totaal. Het JRC wijst zelf op het ontbreken van volledige officiële statistieken. �
publications.jrc.ec.europa.eu
Daarom gebruiken we deze 45–65 TWh uitsluitend als orde van grootte.
6.2 Thermische elektriciteitscentrales
Kolen-, kern- en een deel van de gascentrales produceren elektriciteit via een thermisch proces. Daarbij ontstaat restwarmte die moet worden afgevoerd.
Wanneer daarvoor rivier- of ander zoetwater wordt gebruikt, ontstaat naast het directe watergebruik van het datacenter een indirecte waterbelasting.
Ook hier moeten twee begrippen strikt worden gescheiden:
wateronttrekking – al het ingenomen water;
waterconsumptie – het gedeelte dat niet rechtstreeks terugkeert, bijvoorbeeld doordat het verdampt.
Een centrale met doorstroomkoeling kan zeer veel rivierwater onttrekken en het grootste gedeelte vervolgens weer teruggeven. Een koeltoren onttrekt doorgaans minder, maar laat een groter gedeelte verdampen.
6.3 Wind en zon
Voor windenergie en zonne-PV ligt dit fundamenteel anders.
Windturbines en zonnepanelen hebben tijdens de elektriciteitsproductie geen koelwater nodig zoals thermische centrales.
Over hun volledige levenscyclus wordt uiteraard wel water gebruikt voor onder andere grondstoffen en productie. Maar dat is iets anders dan voortdurende zoetwateronttrekking tijdens exploitatie.
Voor onze onderzoeksvraag — de druk op beschikbare Europese zoetwatervoorraden — zijn wind en zonne-PV daarom veel gunstiger.
6.4 '100% renewable' vereist wel een kanttekening
Een datacenter dat jaarlijks evenveel hernieuwbare elektriciteit contracteert als het verbruikt, draait niet noodzakelijk ieder uur fysiek op wind- of zonnestroom.
Datacenters draaien 24 uur per dag; wind en zon zijn variabel. Op momenten met onvoldoende hernieuwbare productie wordt het elektriciteitssysteem aangevuld met andere productie, opslag of import.
Daarom kunnen we een corporate claim als 100% renewable energy niet automatisch vertalen naar:
geen indirect watergebruik.
Voor een exacte watervoetafdruk zouden we de feitelijke elektriciteitsmix per plaats en tijd moeten kennen.
6.5 Het verband met droogte
Hier ontstaat wel een relevante wisselwerking.
Tijdens hete en droge perioden:
daalt de rivierafvoer → stijgt de watertemperatuur → wordt koelwater schaarser → terwijl elektriciteits- en koelvraag hoog kunnen zijn.
Dat is geen theoretisch probleem. Thermische centrales zijn afhankelijk van voldoende koelcapaciteit van hun waterbron; droge koeling kan het watergebruik sterk verminderen, maar vraagt doorgaans meer energie en is duurder.
6.6 Conclusie
De indirecte watervoetafdruk van Europese datacenters kunnen we met de beschikbare openbare gegevens niet betrouwbaar in één aantal miljarden liters uitdrukken.
Daarom doen we dat niet.
Wat wél vaststaat:
De elektriciteitsvraag van datacenters kan extra watergebruik veroorzaken wanneer die elektriciteit afkomstig is van watergekoelde thermische centrales. Wind en zonne-PV hebben tijdens elektriciteitsproductie daarentegen vrijwel geen koelwater nodig.
Daarmee wordt de totale zoetwaterimpact van een datacenter bepaald door twee hoofdvragen:
Hoe wordt het datacenter gekoeld?
En hoe wordt de elektriciteit die het werkelijk gebruikt geproduceerd?
Er is helaas geen sluitend bewijs dat Europese datacenters de huidige lage rivierstanden veroorzaken. Wel staat vast dat zij een snel groeiende structurele vraag naar elektriciteit, warmteafvoer en – afhankelijk van koeltechniek – zoetwater toevoegen aan een Europees watersysteem dat steeds vaker onder druk staat. De omvang van die bijdrage kan momenteel niet volledig worden vastgesteld, juist omdat locatie-specifieke watergegevens onvoldoende openbaar en vergelijkbaar zijn.
Tegelijk bestaan technieken waarmee het directe zoetwatergebruik sterk kan worden beperkt. Daarmee wordt watergebruik bij nieuwe datacenters niet alleen een technisch gegeven, maar ook een beleids- en locatiekeuze.
Ik hoop hiermee enig inzicht te hebben gegeven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten