De prijs van digitale groei - Nederlandse Watervoetafdruk

5 – NEDERLAND: MIDDENMEER, AMSTERDAM EN DE PRIJS VAN DIGITALE GROEI

Nederland is voor dit onderzoek bijzonder interessant. Het land heeft enerzijds relatief veel oppervlaktewater, maar anderzijds een kwetsbare drinkwatervoorziening en regionaal steeds grotere zoetwaterproblemen. Tegelijk behoort Nederland tot de belangrijkste Europese datacenterlanden.

Juist hier kunnen we voor het eerst de discussie over watergebruik koppelen aan werkelijk gemeten kubieke meters en elektriciteitsgebruik.

5.1 Eerst het landelijke cijfer

CBS registreert watergebruik niet afzonderlijk voor datacenters, maar onder de bedrijfstak Informatie en communicatie. Voor die gehele sector werd in 2020 en 2021 ongeveer 1,0 miljoen m³ leidingwater per jaar geregistreerd. Dat cijfer omvat dus méér dan uitsluitend datacenters.
Centraal Bureau voor de Statistiek

Een Nederlandse sectoranalyse komt daarnaast op ongeveer 1 miljoen m³ leidingwater specifiek voor koeling van datacenters. Dat is ongeveer 0,088% van het totale Nederlandse leidingwatergebruik. �
Drinkwaterplatform

Landelijk bezien is dat geen enorm aandeel.
Dat is een belangrijke constatering: Nederlandse datacenters gebruiken niet een substantieel percentage van al het Nederlandse drinkwater.
Maar precies zoals bij Frankfurt kan dat landelijke percentage misleidend zijn.
Waterproblemen ontstaan niet noodzakelijk nationaal. Ze ontstaan waar een bepaalde leiding, drinkwaterbron of regio tijdens een piekmoment onvoldoende capaciteit heeft.

5.2 Middenmeer: het eerste concrete geval

In Middenmeer, gemeente Hollands Kroon, staat een van de grote Microsoft-hyperscalecomplexen.
Over dit datacenter ontstond in 2022 commotie omdat eerdere publieke verwachtingen sterk afweken van het daadwerkelijk gemeten watergebruik.
Voor het koelproces was eerder gesproken over ongeveer:
12–20 miljoen liter drinkwater per jaar.
Maar uit later openbaar geworden gegevens bleek dat Microsoft in 2021 ongeveer 84 miljoen liter drinkwater gebruikte.

Dat is:
84.000 m³ per jaar. 
aquatechtrade.com +1

Dus ten opzichte van 20 miljoen liter:
4,2 keer zoveel.
Ten opzichte van 12 miljoen liter:
7 keer zoveel.
Dat verschil is voor dit rapport belangrijker dan het absolute getal.
Het laat zien hoe moeilijk het was — en soms nog steeds is — om vóór de bouw een betrouwbaar publiek beeld van de daadwerkelijke waterbehoefte van een hyperscale datacenter te krijgen.

5.3 Hoeveel is 84 miljoen liter eigenlijk?

84 miljoen liter klinkt enorm.
Maar we moeten het opnieuw hydrologisch in perspectief zetten.
84.000 m³ per jaar is gemiddeld:
230 m³ per dag
of ongeveer:
2,7 liter per seconde.
Op nationale schaal is dat gering.
Voor één individuele drinkwateraansluiting is het echter groot.
En vooral: een jaargemiddelde zegt weinig over piekgebruik tijdens hete dagen.
Dat is precies het probleem dat recent onderzoek naar datacenterwatervoorziening benadrukt: voor waterbedrijven is niet alleen het jaarvolume relevant, maar vooral de benodigde piekcapaciteit van de leidinginfrastructuur tijdens de warmste perioden. 

5.4 Het opmerkelijke verschil
tussen werkelijk gebruik en benodigde capaciteit

Rond de ontwikkeling van datacenters in Hollands Kroon werd eerder gesproken over een potentiële waterbehoefte van maximaal ongeveer:
525 m³ per uur.
E-depot WUR
Wanneer een dergelijke hoeveelheid continu zou worden gebruikt, zou dat theoretisch overeenkomen met:
525 × 24 × 365 = 4,599 miljoen m³ per jaar.
Maar dat is nadrukkelijk geen gemeten jaarverbruik.
Het is een capaciteits- of ontwerpcijfer.
Het verschil met Microsoft's gemeten 84.000 m³ in 2021 is gigantisch:
4,6 miljoen m³ theoretische continue capaciteit versus 0,084 miljoen m³ werkelijk jaargebruik.
Dat laat precies zien waarom cijfers over datacenters zo makkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden.
Een maximale wateraansluiting zegt niet hoeveel water daadwerkelijk jaarlijks wordt geconsumeerd.
Maar omgekeerd geldt hetzelfde:
een relatief laag jaarverbruik zegt niet hoeveel capaciteit een waterbedrijf beschikbaar moet kunnen houden voor een uitzonderlijk hete dag.

5.5 PWN: slechts 0,6% — maar dat is niet het hele verhaal

Drinkwaterbedrijf PWN meldde in 2021 dat ongeveer 0,6% van zijn totale levering als koelwater werd geleverd, onder andere aan datacenters. PWN benadrukte daarbij dat drinkwater voor huishoudelijk gebruik wettelijk voorrang heeft en dat de drinkwatervoorziening volgens het bedrijf niet door de datacenters in gevaar kwam. 

Ik stel hier vraagtekens bij. 

5.6 En dan komt 2026

Nu krijgen we een cijfer dat de schaal van de Microsoft-installatie veel duidelijker maakt.
Door de Europese rapportageplicht moeten grote datacenters sinds 2024 gegevens over energiegebruik en duurzaamheid rapporteren. RVO publiceert sinds juli 2026 de niet-bedrijfsvertrouwelijke Nederlandse gegevens. RVO meldt bovendien dat de eerste EU-brede rapportageronde slechts ongeveer 36% van de relevante Europese datacenters omvatte: 770 locaties. De overheid erkent dus zelf dat volledigheid en datakwaliteit nog verbetering nodig hebben. 

Uit de Nederlandse publicatie kwam voor Microsoft's bestaande Middenmeer-complex een elektriciteitsgebruik van ongeveer:
1,17 TWh in 2025.
Ter vergelijking: het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik bedroeg ongeveer 116 TWh.
Dat betekent dat één Microsoft-complex in Middenmeer alleen al ongeveer:
1% van alle Nederlandse elektriciteit gebruikte. 

Dit is een veel belangrijker schaalcijfer dan het aantal gebouwen.

5.7 Wat zegt dat over het water?

Nu kunnen we Microsoft's watergebruik uit 2021 voorzichtig vergelijken met zijn latere elektriciteitsgebruik — maar niet gebruiken om een exacte WUE voor 2025 te berekenen, omdat het om verschillende jaren en mogelijk verschillende operationele schaal gaat.
Toch geeft het gevoel voor verhouding.
84 miljoen liter water tegenover een faciliteit die inmiddels elektriciteit gebruikt op de schaal van meer dan één miljard kWh per jaar betekent dat Microsoft in Middenmeer kennelijk niet permanent werkt met een klassieke hoog-WUE verdampingsarchitectuur.

Microsoft stelt dat het bredere beleid is om het directe koelwatergebruik verder te reduceren. Het bedrijf zegt dat zijn operationele datacenters hun waterintensiteit sinds de referentiewaarde van 2022 wereldwijd met ongeveer 18% hebben verminderd, en werkt aan nieuwe datacenters waarbij verdamping tijdens normale werking grotendeels verdwijnt. 

Het elektriciteitsprobleem van hyperscale datacenters in Nederland is op dit moment aantoonbaar veel groter dan hun aandeel in het nationale drinkwatergebruik.

5.8 Maar Amsterdam brengt een nieuwe orde van grootte

In Amsterdam-Westpoort wordt een hyperscale datacenter ontwikkeld door Pure Data Centres. De campus is gepland op ongeveer 78 MW IT-capaciteit. 

Volgens in 2026 openbaar geworden projectinformatie kan het koelwatersysteem maximaal ongeveer:
420 miljoen liter industriewater per jaar
gebruiken.
Dat is:
420.000 m³ per jaar.

Belangrijk: dit betreft industriewater, niet automatisch drinkwater.

Dat onderscheid mag nergens verdwijnen.
420.000 m³ industriewater is milieutechnisch iets wezenlijk anders dan 420.000 m³ hoogwaardige drinkwatervoorziening.
Maar qua volume is het ongeveer:
5 maal het werkelijk gerapporteerde Microsoft-watergebruik in Middenmeer in 2021.

5.9 Wat betekent 420.000 m³ per jaar?

Als het volledige maximum werkelijk zou worden gebruikt:
420.000 m³ / 365 = circa 1.151 m³ per dag.
Gemiddeld:
48 m³ per uur.
Of:
13,3 liter per seconde.

Voor een nationale waterbalans is dat klein.
Voor een afzonderlijke industriële waterinfrastructuur is dat een serieuze continue vraag.

En opnieuw geldt: het relevante hydrologische probleem ontstaat wanneer de vraag niet gelijkmatig over het jaar verdeeld is maar juist toeneemt tijdens warm en droog weer.

5.10 De Nederlandse paradox

Nederland laat tot nu toe iets interessants zien.
Aan de ene kant:
circa 1 miljoen m³ drinkwater per jaar voor datacenterkoeling is landelijk een zeer klein aandeel. �
Drinkwaterplatform
Aan de andere kant:
één hyperscalecomplex gebruikt inmiddels 1,17 TWh elektriciteit per jaar, ongeveer één procent van de Nederlandse elektriciteitsvraag. 

Dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn met de uitdrukking:
"datacenters zijn enorme waterverbruikers."

Een veel nauwkeuriger formulering is:
Datacenters zijn enorme warmteproducenten. Hoe groot hun directe watervoetafdruk wordt, is vervolgens een ontwerpkeuze.
Die keuze hangt af van koeltechnologie, klimaat, energie-efficiëntie, beschikbaarheid van water en lokale infrastructuur.

5.11 Maar Nederland onthult een ander probleem: transparantie

Het Middenmeer-verhaal toont iets wat voor ons rapport steeds belangrijker wordt.
Aanvankelijk werd publiekelijk gesproken over 12–20 miljoen liter per jaar.
Werkelijk gebruik in 2021:
84 miljoen liter. 

De Europese Unie heeft inmiddels precies vanwege de gebrekkige vergelijkbaarheid een verplichte rapportage ingevoerd voor grotere datacenters. Vanaf 2024 moeten exploitanten jaarlijks gegevens verstrekken over onder andere energie en water. 

Maar zelfs na invoering van die regeling is de Europese database nog onvolledig: slechts ongeveer 36% van de relevante installaties zat in de eerste analyse en RVO vermeldt expliciet dat datakwaliteit en volledigheid beter moeten

Europa heeft een snel groeiende infrastructuur met een potentieel aanzienlijke lokale waterbehoefte toegelaten voordat een volledig, openbaar en vergelijkbaar registratiesysteem voor het feitelijke watergebruik bestond.

5.12 Nog belangrijker: Nederland bevestigt het piekprobleem

Stel dat een waterbedrijf jaarlijks 84.000 m³ aan een datacenter levert.
Gemiddeld is dat slechts 230 m³ per dag.
Maar wanneer een groot deel van de koelvraag tijdens bijvoorbeeld 30 zeer warme dagen optreedt, ziet de infrastructuur een totaal andere belasting.

Juist daarom is de recente wetenschappelijke discussie verschoven van alleen Water Usage Effectiveness naar water capacity: hoeveel water moet een lokale voorziening op het slechtst mogelijke moment kunnen leveren? 

Dat sluit rechtstreeks aan bij de vraag waarmee ik dit onderzoek ben begonnen:
droogte + hitte + datacenters.

Niet omdat datacenters droogte veroorzaken.
Maar omdat de fysieke omstandigheden die water schaars maken — hitte en langdurige droogte — tegelijkertijd omstandigheden kunnen zijn waarin bepaalde koelinstallaties méér water nodig hebben.
Dat is een cumulatief risico.

5.13 Tussenstand na Nederland

We kunnen nu een belangrijkere conclusie trekken dan na Frankfurt.
Direct koelwater alleen lijkt op nationaal niveau voorlopig te klein om de huidige Europese lage rivierstanden te verklaren. Voor Nederland spreken we over circa 1 miljoen m³ drinkwater voor datacenterkoeling tegenover nationale waterstromen die vele orden groter zijn. 

Daarmee valt onze eerste mogelijke verklaring voor "waar blijft al dat water?" voor een belangrijk deel af.

Maar drie andere zaken worden juist belangrijker:

lokale piekbelasting, omdat watergebruik geografisch sterk geconcentreerd is;

de indirecte watervoetafdruk via elektriciteitsproductie, omdat het elektriciteitsgebruik enorm is;

en de explosieve toekomstige groei door AI, waardoor zowel elektriciteitsvraag als warmteproductie toenemen.

En dát brengt ons bij wat ik inmiddels als het meest cruciale volgende hoofdstuk zie.

Next 6. DE VERBORGEN WATERVOETAFDRUK VAN ELEKTRICITEIT
Microsoft Middenmeer gebruikte in 2025 ongeveer 1,17 miljard kWh elektriciteit. 

Tot nu toe hebben we alleen gevraagd hoeveel water er door de poort van Microsoft zelf naar binnen gaat.

In H 6 gaan we voor het eerst berekenen hoeveel water potentieel elders in het energiesysteem nodig is om die 1,17 TWh te produceren.
Daar kunnen de verhoudingen namelijk compleet veranderen.

Geen opmerkingen: