Steeds vaker vragen banken om extra digitale gegevens: selfies, video-ID, apparaatinfo, locatie en gedragsdata. De uitleg is altijd dezelfde: voor jouw veiligheid, om datalekken te voorkomen. Maar hier verschuift iets fundamenteels.
Banken bewegen van financiële dienstverlener naar beheerder van jouw digitale identiteit.
Waar je vroeger gewoon klant was, word je nu een dataprofiel: hoe je typt, waar je inlogt, welk apparaat je gebruikt, hoe je gezicht beweegt tijdens verificatie. Dit heet behavioral biometrics. Officieel bedoeld voor fraudepreventie. In werkelijkheid ontstaat er een steeds rijker dossier van jouw bestaan.
Ook grote partijen zoals ING Group en Rabobank volgen deze internationale lijn — niet uit kwade wil, maar omdat het systeem zo is ingericht.
Het wrange is: hoe meer data wordt gecentraliseerd, hoe groter de schade bij een lek. Je kunt een wachtwoord wijzigen. Je kunt een nieuw paspoort aanvragen. Maar je kunt geen nieuw gezicht aanvragen. Geen nieuw zenuwstelsel.
Wetgeving wordt vaak aangehaald als rechtvaardiging. Maar die vraagt identificatie — geen maximale dataverzameling. Dat verschil is essentieel.
Net als bij AI-functies van Meta Platforms gebeurt dit stap voor stap: extra checks, slimme beveiliging, vinkjes die standaard aan staan. Geen debat. Geen grote aankondiging. Alleen kleine schermpjes met grote gevolgen.
De echte vraag is niet technologisch. Ze is existentieel: wie bezit jouw digitale schaduw?
Privacy is geen luxe. Het is soevereiniteit. En die verdwijnt zelden met een klap — maar via formulieren, updates en zogenoemde veiligheidsmaatregelen.
Mijn grens is simpel: ik accepteer dienstverlening. Ik accepteer redelijke identificatie. Maar geen open eind-licentie op mijn digitale bestaan.
Misschien wordt het tijd dat we opnieuw vragen: niet wat mag, maar wat is proportioneel?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten