Er was een tijd waarin economische samenwerking betrekkelijk eenvoudig kon worden voorgesteld.
Ik heb aardappelen. Jij kunt mijn dak repareren. We spreken af hoeveel aardappelen jouw arbeid waard is en wanneer jij mijn dak repareert.
Een overeenkomst.
Geen ingewikkeld systeem. Geen toestemming van een derde partij om met elkaar te mogen handelen. Twee mensen die ieder iets bezitten wat de ander nodig heeft en vrijwillig besluiten tot uitwisseling.
Onze moderne economie is vanzelfsprekend oneindig veel complexer geworden. Maar onder al die wetgeving, belastingen, registraties en administratieve systemen bestaat dat oorspronkelijke juridische beginsel nog steeds:
mensen mogen overeenkomsten met elkaar sluiten.
Contractsvrijheid behoort tot de fundamenten van het privaatrecht.
En precies daar begint voor mij de discussie over anti-compliance.
Van twee partijen naar drie
Stel dat ik voor iemand een juridisch onderzoek verricht.
We komen vrijwillig overeen wat ik doe. We spreken een prijs af. Ik lever mijn onderzoek. Mijn opdrachtgever betaalt mij.
Privaatrechtelijk bestaat er in essentie een rechtsverhouding tussen twee partijen.
Maar economisch blijft het daar niet bij.
Zodra inkomen wordt gegenereerd, verschijnt de overheid in beeld. Er kunnen fiscale verplichtingen ontstaan, administratieve verplichtingen, registratieverplichtingen en — afhankelijk van de activiteit — vergunningen, sociale premies, btw-verplichtingen en andere voorschriften gelden.
Dat gebeurt niet omdat beide contractspartijen de overheid als derde partij tot hun overeenkomst hebben toegelaten.
Die bevoegdheid vloeit voort uit het publiekrecht.
En daarmee ontstaat een fascinerende juridische tegenstelling.
Hoe vrij is contractsvrijheid wanneer een aanzienlijk deel van de gevolgen van een overeenkomst door een derde wordt bepaald die geen partij bij die overeenkomst is?
Belasting is geen contract
Belastingheffing wordt soms maatschappelijk voorgesteld als een soort uitwisseling: wij betalen belasting en daarvoor krijgen wij veiligheid, infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, rechtspraak en andere publieke voorzieningen.
Juridisch is dat echter geen overeenkomst.
De burger sluit geen individueel contract met de staat waarin staat:
ik betaal bedrag X en in ruil daarvoor garandeert u mij prestatie Y.
Belastingheffing berust op wetgeving en overheidsgezag.
Dat onderscheid wordt interessant wanneer burgers het gevoel krijgen dat de wederkerigheid verdwijnt.
Wat gebeurt er wanneer iemand veel afdraagt maar zich niet beschermd voelt?
Wat wanneer iemand vindt dat essentiële publieke voorzieningen achteruitgaan?
Wat wanneer burgers de politieke keuzes die met hun belastinggeld worden gemaakt fundamenteel afwijzen?
Daaruit volgt onder het huidige recht niet het individuele recht om geen belasting meer te betalen.
Maar daarmee verdwijnt de legitimiteitsvraag niet.
Integendeel.
Contractsvrijheid en economische zelfbeschikking
Misschien moeten we daarom opnieuw nadenken over een begrip dat in onze sterk gereguleerde economie steeds minder aandacht krijgt:
economische zelfbeschikking.
Waarom zou een mens niet in beginsel het recht hebben om met zijn eigen arbeid, kennis en bezit in zijn levensonderhoud te voorzien?
Waarom zou een groep mensen niet vrijwillig kunnen besluiten bepaalde goederen en diensten onderling uit te wisselen?
Een timmerman repareert een dak.
Een boer levert voedsel.
Een jurist schrijft een overeenkomst.
Een elektricien repareert de installatie van de jurist.
Een oudere bewoner past een middag op de kinderen van de boer.
We zijn dat tegenwoordig misschien ruilhandel gaan noemen.
Maar juridisch bezien gebeurt iets veel fundamentelers:
mensen organiseren vrijwillig hun onderlinge economische relaties.
Dat idee is niet revolutionair.
Het is ouder dan onze moderne staat.
Vrijwillige gemeenschappen
En dan ontstaat een volgende vraag.
Waarom zouden mensen alleen afzonderlijk meer autonomie mogen verlangen?
Waarom zouden zij zich niet vrijwillig kunnen verenigen in gemeenschappen waarin zij zoveel mogelijk zelf organiseren?
Voedsel.
Energie.
Onderlinge dienstverlening.
Zorg voor elkaar.
Geschillenbeslechting.
Gemeenschappelijke voorzieningen.
En eigen afspraken over de manier waarop leden aan die gemeenschap bijdragen.
Niet omdat ieder mens dezelfde overtuigingen heeft, maar juist omdat mensen vrijwillig kiezen voor de gemeenschap waarvan zij onderdeel willen zijn.
Dat is een andere gedachte dan wetteloosheid.
Het betekent niet:
geen regels.
Het betekent:
regels waaraan wij zelf hebben meegewerkt en waarmee wij vrijwillig hebben ingestemd.
Het juridische probleem
Hier botst het ideaal op de bestaande rechtsorde.
Een groep mensen kan een vereniging, coöperatie, onderneming, woongemeenschap of andere private structuur oprichten. Zij kunnen onderling contracten sluiten en voor een groot deel bepalen hoe zij samenwerken.
Maar zij kunnen niet door onderlinge overeenstemming besluiten dat het nationale recht voortaan niet meer op hen van toepassing is.
Een stuk grond in Nederland blijft Nederlands grondgebied.
Een gemeenschap in Italië blijft onderworpen aan Italiaans en Europees recht.
Een privaat contract kan de belastingwet niet simpelweg buiten werking stellen.
Wie serieus over zelfbeschikking wil nadenken, moet dat juridische obstakel erkennen.
Maar vervolgens mag de volgende vraag worden gesteld:
moet dat altijd zo blijven?
Een experimenteerruimte voor zelfbestuur
We kennen economische zones waarin afwijkende regels gelden.
We kennen autonome gebieden.
We kennen coöperaties, communes, collectieve woonvormen en andere vormen van gemeenschappelijk bezit en bestuur.
Waarom zou binnen een moderne democratische staat niet verder kunnen worden geëxperimenteerd met gebieden waarin burgers bewust voor een grotere mate van economische en bestuurlijke zelfbeschikking kiezen?
Niet buiten iedere rechtsorde.
Niet zonder bescherming tegen geweld, uitbuiting of misbruik.
Maar wel met aanzienlijk meer ruimte om zelf te bepalen hoe men woont, werkt, produceert, ruilt en voor elkaar zorgt.
Zo'n gemeenschap zou juist contractueel kunnen worden georganiseerd.
Wie toetreedt, weet welke basisregels gelden.
Wie niet wil toetreden, hoeft dat niet te doen.
Wie wil vertrekken, moet kunnen vertrekken.
De legitimiteit ontstaat daarmee veel directer uit instemming dan binnen een systeem waarin iemand door geboorte en woonplaats automatisch onder duizenden regels valt waaraan hij individueel nooit toestemming heeft gegeven.
Anti-compliance is dan geen anarchie
Dat is wat anti-compliance voor mij interessant maakt.
Niet het afschaffen van afspraken.
Niet het recht van de sterkste.
Niet simpelweg weigeren belasting te betalen terwijl de huidige belastingwetgeving van toepassing blijft.
Maar het opnieuw durven stellen van een veel fundamentelere vraag:
hoeveel zeggenschap heeft een mens eigenlijk nog over zijn eigen economische bestaan?
We spreken voortdurend over vrijheid.
Maar iemand die werkt, onderneemt, woont, produceert, verhuurt, koopt of verkoopt bevindt zich inmiddels in een buitengewoon omvangrijk stelsel van publieke en private voorschriften.
Misschien moeten we daarom niet alleen discussiëren over nóg betere regels.
Misschien moeten we ook durven vragen hoeveel regels werkelijk noodzakelijk zijn.
En hoeveel ruimte een mens zou moeten hebben om samen met anderen een ander model te kiezen.
Het recht om je eigen brood te verdienen
Daar begint het voor mij.
Bij iets buitengewoon eenvoudigs.
Een mens beschikt over tijd, kennis, arbeid, creativiteit en misschien een stukje grond.
Een ander mens heeft daar behoefte aan.
Zij komen vrijwillig tot overeenstemming.
Jij doet dit voor mij. Ik geef jou daarvoor dat.
Dat is contract.
Dat is samenwerking.
Dat is wederkerigheid.
En misschien moeten we opnieuw onderzoeken hoeveel ruimte onze rechtsorde bereid is te geven aan mensen die hun samenleving op die eenvoudige gedachte willen bouwen.
Niet omdat zij tegen recht zijn.
Maar omdat zij opnieuw zeggenschap willen over de regels waaronder zij leven.
Anti-compliance hoeft niet te betekenen: geen samenleving.
Het kan ook betekenen:
wij willen opnieuw kunnen kiezen hoe onze samenleving eruitziet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten